Publication

De rol van ouders in het informele leerproces van kinderen van 4 tot 12 jaar

Een eerste verkenning

Author(s)

Hoekstra, A.T.G.; Twisk, D.A.M.

Year

2010

Verkeerseducatie wordt vaak gegeven in de vorm van educatieprojecten, die via scholen worden aangeboden aan kinderen en soms ook hun ouders. De effecten van dergelijke formele verkeerseducatieprojecten blijken echter bescheiden te zijn. Bovendien vergt het aanleren van veilig gedrag veel tijd, oefening in de praktijk en voorbeelden van anderen, waardoor scholen slechts een beperkte rol spelen in verkeerseducatie. Daarom adviseert de SWOV ook om meer aandacht te besteden aan het informele leerproces, oftewel het proces waarbij verkeersdeelnemers juist van hun praktijkervaringen en van voorbeelden van anderen leren over het verkeer.

Het feit dat het informele leerproces per definitie buiten de door overheden of scholen aangeboden verkeerseducatie valt, maakt het moeilijk om beleid of educatieve projecten op het gebied van informele verkeerseducatie te formuleren en uit te voeren. Om toegang te krijgen tot dit informele leerproces bij kinderen is, met name bij jonge kinderen, de ouder de meest aangewezen persoon. Ouders vervullen vaak een belangrijke taak in het begeleiden en wegwijs maken van hun jonge kind in het verkeer, en vervullen bovendien een belangrijke voorbeeldrol. Daarom is het essentieel om, meer dan nu het geval is, de ouders te betrekken bij het verkeersonderricht aan hun kinderen (SWOV, 2009; Rijk, 2008; Vissers et al., 2005). In de context van dit rapport wordt informele verkeerseducatie gezien als ‘actieve ondersteuning in het dagelijks leven door ouders en/of verzorgers van hun kind(eren) bij het zich eigen maken van verkeersvaardigheden en het aanleren van goede gewoonten in het verkeer’.

Er zijn verschillende manieren denkbaar waarop ouders invulling kunnen geven aan hun rol als informele leerkracht. Zo kunnen ze bijvoorbeeld strategische vervoerskeuzes of verkeerskennis en -vaardigheden met hun kinderen oefenen. Hiervoor hebben ouders wel achtergrondinformatie nodig over verschillende aspecten die van belang zijn voor de verkeersdeelname van het kind, zoals de kennis, vaardigheden en beperkingen van hun kind en de omgeving waarin zij zich begeven.

Om ouders van de nodige achtergrondinformatie te voorzien, kan de beschikbare informatie over ontwikkelingsstadia, vaardigheden en beperkingen van kinderen in het verkeer worden gebundeld en aangevuld, en in de vorm van voorlichtingspakketten aan ouders worden aangeboden. Door deze voorlichtingspakketten in de vorm van een ontwikkelingstoets te gieten, wordt tegemoetgekomen aan de grote individuele verschillen in de ontwikkeling van jonge kinderen. Met de ontwikkelingstoets moeten ouders zelf in kaart kunnen brengen waar hun kind(eren) wel en niet aan toe zijn en op welk moment het best naar die informatie kan worden verwezen. Voor het beoordelen van de schoolroute zou eenzelfde soort instrument ontwikkeld kunnen worden. Daarnaast zou kunnen worden aangesloten bij reeds bestaande producten die zich op ouders richten.

Ouders moeten niet alleen een actievere rol in de verkeerseducatie van hun kinderen kunnen gaan spelen; het is minstens zo belangrijk dat ze dat willen. Om ouders te motiveren tot een actievere rol in de verkeerseducatie van hun kinderen, kan ten eerste de beleving van verkeersveiligheid door ouders worden benut als draaggolf voor (informele) verkeerseducatie. Dit kan gedaan worden door dergelijke gevoelens aan te grijpen om ouders op het hart te drukken hoe belangrijk het is dat zij met hun kinderen oefenen in het verkeer en hoe zij de schoolomgeving kunnen gebruiken als een geschikte omgeving om kinderen aan te leren hoe ze met het verkeer moeten omgaan. Daarnaast kan aansluiting worden gezocht bij andere thema’s om te benadrukken dat ouders met verkeerseducatie bijdragen aan de algehele ontwikkeling van het kind door het in staat te stellen zich zelfstandig te verplaatsen.

Naast ouders te informeren en motiveren om het verkeersgedrag van hun kinderen te beïnvloeden, kan ook worden getracht om het gedrag van de ouders zelf te beïnvloeden. Ouders vervullen immers een belangrijke voorbeeldrol voor hun kinderen. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het gegeven dat veel gedrag automatisch is en dus niet het gevolg van weloverdachte beslissingen. Bij dit type gedrag zullen educatieprojecten gericht op het beïnvloeden van kennis, attitude en gedragsintentie dan ook vrij weinig impact hebben. Er zijn wel andere methoden die op automatische gedrag van invloed kunnen zijn. Enerzijds kan worden getracht om routines te doorbreken door mensen te benaderen met informatie op momenten dat die de routine als vanzelf al wordt onderbroken (verhuizing, geboorte kind). Anderzijds kan dergelijk gedrag op ongemerkte wijze worden beïnvloed, bijvoorbeeld door woorden of beelden aan te bieden die mensen associëren met een bepaald concept of met het gewenste gedrag, of door ouders zelf van het goede voorbeeld te voorzien. Ten slotte kan de manier waarop een boodschap wordt geformuleerd, veel effect hebben op het gedrag van mensen die met die boodschap geconfronteerd worden. Al deze middelen kunnen worden ingezet om de voorbeeldrol van ouders op een positieve manier te beïnvloeden.

De inzichten beschreven in dit rapport kunnen richting geven aan beleid gericht op de rol van ouders bij de ontwikkeling van veilig verkeersgedrag van hun kind. Voordat de inzichten in de praktijk kunnen worden toegepast, moet echter eerst een aantal stappen worden gezet. Zo ontbreekt het aan een compleet, systematisch overzicht van de vaardigheden en beperkingen van 4-12-jarigen in het verkeer. Dit overzicht dient uitgebreid te worden met inzicht in hoe kinderen zich in het algemeen ontwikkelen. Ook moet geïnventariseerd worden hoeveel ouders al weten over de mogelijkheden en gevaren van het verkeer in de schoolomgeving, en over de vaardigheden en beperkingen van kinderen in het algemeen en hun eigen kinderen in het bijzonder. Daarnaast dient geïnventariseerd te worden hoe ouders het beste met deze informatie geconfronteerd kunnen worden. Vervolgens kunnen mogelijke partners benaderd worden die een ondersteunende rol kunnen spelen bij het stimuleren van ouders om hun kinderen wegwijs te maken in het verkeer. Hierbij kan worden gedacht aan scholen en de buitenschoolse opvang, maar ook de GGD. Met gebruik van de resultaten van deze voorbereidende stappen dient vervolgens een pilotstudie onder een beperkt aantal ouders uit te wijzen of de aanpak kans van slagen heeft.

The role of parents in the informal learning process of children in the age group 4 to 12 years-old; A first investigation

Traffic education often comes in the form of education projects which are carried out by schools and offered to their pupils and sometimes their parents. However, the effects of such formal traffic education projects appear to be modest. In addition, acquiring safe behaviour takes a lot of time, exercising in practice, and examples set by others, meaning that schools have only a limited role in traffic education. SWOV therefore advices to pay more attention to the informal learning process; the process in which road users learn about traffic especially from their own practical experiences and from the examples set by others.

The fact that the informal learning process is by definition no part of the education offered by schools or governments makes it difficult to define and carry out policy or educational projects in the area of informal traffic education. Especially for young children, the parent is the most appropriate person to gain access to this informal learning process. Parents often have an important task in accompanying and familiarizing their young child with traffic, and they also have an important exemplary role. It is therefore essential to involve parents in traffic education for their children more than is now the case (SWOV, 2009; Rijk, 2008; Vissers et al., 2005). In the context of this report informal traffic education is defined as ‘active support in traffic participation in everyday life by parents and/or guardians in helping their children to acquire skills and good habits in traffic’.

There are many possible interpretations of the way in which parents can fulfil their role as informal teachers. They can, for instance, practice strategic traffic choices with their children, or exercise knowledge of traffic and skills. This requires parents to have background information about different aspects that are important for the child's traffic participation, like the knowledge, skills and limitations of their child and the environment in which they will move about.

To provide the parents with the necessary background information, the information that is available about development stages, skills and limitations of children in traffic can be gathered and supplemented, and be offered to the parents as information packages. By giving these information packages the form of a development test, the large individual differences in development among young children will be accounted for. The development test will allow parents to decide on what their children are ready for what they are not, and when is the best time to refer to this information. For the assessment of the route to school a similar instrument could be developed. It is also possible to look for existing products for parents that may offer a potential for synergy.

Parents should not only be able to play a more active role in their children's traffic education; it is at least as important that they want to. To motivate parents to take a more active role in their children's traffic education, a first possibility is to use the parents' perception of road safety as a basis for (informal) traffic education. This can be done by referring to such feelings to impress on the parents how important it is for them to practise with their children in traffic and show them how they can use the school environment as a suitable environment for teaching children how to behave in traffic. In addition, ties with other themes can be sought to stress that helping a child in learning to participate in traffic independently is something that will ultimately benefit the general development of the child.

Besides informing parents and motivating them to influence their children's traffic behaviour, it is possible to influence the traffic behaviour of the parents themselves, because parents have an important exemplary role for their children. When trying to influence the parents; traffic behaviour it is important to know that behaviour is often automatic and therefore is not the result of well considered deliberations is important here. Education projects focusing on influencing knowledge, attitude and behavioural intention will therefore have little or no impact on this automatic type of behaviour. There are, however other methods that can influence automatic behaviour. On the one hand one could try to change routines by approaching people with information at moments that naturally coincide with routines being broken, e.g. moving house, childbirth. Another possibility is to influence such behaviour in an imperceptible manner, for instance by offering words or images that are associated with a specific concept or with the preferred behaviour, or by providing parents themselves with the correct example. Finally, the way a message is phrased can have substantial effect on the behaviour of those who are confronted with that message. All these possibilities can be used to positively influence the parents' exemplary role.

The insights discussed in his report can be a guidance for policy focusing on the parents' role in developing their child's safe traffic behaviour. Before these insights can be put into practise, a number of steps need to be taken first. For example, there is no complete and systematic overview of the skills and limitations of 4-12 year-olds in traffic. This overview should also include new insights into the development of children in general. Inventory should also be taken of how much parents already know about the traffic possibilities and dangers in the school environment, and about the skills and limitations of children in general, and their own children in particular. The best ways to confront parents with this information should also be inventoried. Then possible partners can be approached who can be of support in stimulating parents to familiarize their children with traffic. Examples are schools and after-school child care, but also the National Health Service. The results of these preliminary steps can be used for a pilot study to be carried out among a small number of parents to get an indication of whether this approach may be successful.

Print this page
report

Report number

R-2010-19

Pages

35

Publisher

SWOV, Leidschendam