Publication

Behoefte aan gegevens over verkeersongevallen

Een literatuurstudie

Author(s)

Noordzij, Drs. P.C

Year

1995

Download

PDF icon pdf (1.73 MB)

De basisregistratie van verkeersongevallen zoals deze tegenwoordig door de politie en de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV), Hoofdafdeling Basisgegevens (BG) wordt uitgevoerd en beheerd, is opgezet volgens ideeën die rond 1970 zijn geformuleerd over een INtegraal VerkeersOngevallen RegistratieSysteem: INVORS. Er is toen een lijst opgesteld met gewenste gegevens voor algemeen gebruik. Een dergelijk systeem registreert (betrouwbaar en uniform) een beperkt aantal gegevens van zoveel mogelijk ongevallen. Het bestaat uit een centrale basisregistratie en subsystemen waarvan de gegevens gekoppeld kunnen worden aan de basisregistratie. Voor de centrale registratie worden gegevens gebruikt die de politie ter plaatse van het ongeval verzamelt. Oorspronkelijk was het de bedoeling om ook gegevens te gebruiken van verzekeringsmaatschappijen. De geschiedenis van de ongevallenregistratie in Nederland en de totstandkoming van INVORS, staan beschreven in hoofdstuk 2 van dit rapport. Verschillende instanties en personen maken gebruik van gegevens over ongevallen; een ieder heeft daarbij zijn eigen doelstellingen en dus zijn eigen specifieke behoefte aan bepaalde gegevens. In hoofdstuk 3 van dit rapport worden de volgende gebruikersgroepen onderscheiden: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), verzekeraars, politie en justitie, beleidsorganen (landelijk en regionaal), wegbeheerders en onderzoekers. Sinds 1970 zijn enkele inventarisaties gehouden om de behoefte aan specifieke gegevens bij de diverse gebruikersgroepen te peilen. Voor een onderlinge vergelijking van de uitkomsten hiervan is in dit rapport een uitgebreide lijst gemaakt van ongevalgegevens die in aanmerking komen voor registratie. De hoofdindeling van deze lijst bestaat uit algemene gegevens en gegevens over het ontstaan, het verloop en de afloop van een ongeval. Per onderdeel is (voor zover van toepassing) een nadere specificatie aangebracht in algemene gegevens, gegevens over de betrokken verkeersdeelnemers (bestuurder(s)/voetganger(s)/passagier(s)), over betrokken voertuig(en), betrokken object(en) of dier(en), de wegomgeving en overige omstandigheden. De verschillende inventarisaties zijn vergeleken met de basisregistratie van politie/AVV-BG; zie hiervoor hoofdstuk 4. De oorspronkelijke lijst met gewenste gegevens zoals opgesteld voor INVORS blijkt in grote lijnen dezelfde gegevens te bevatten als de latere inventarisaties. Al vanaf 1970 was dus duidelijk welke gegevens gewenst zijn bij een basisregistratie. Opmerkelijk is wel dat bij de eerste inventarisaties uitsluitend verkeersdeelnemers worden opgevoerd die als slachtoffer bij een ongeval betrokken zijn. Bij latere inventarisaties gaat het (met een enkele uitzondering) om verkeersdeelnemers die betrokken waren bij een ongeval (en wel of niet gewond kunnen zijn geraakt). De registratie van politie/AVV-BG bevat veel minder gegevens dan gewenst. Dat komt omdat de praktijk beperkingen oplegt aan de tijd en moeite die aan het verzamelen van de gegevens besteed kunnen worden en aan de betrouwbaarheid van de geregistreerde gegevens. Wel toont de politie/AVV-BG voor alle onderdelen van de lijst enige gegevens. Voor wetenschappelijk onderzoek zijn meer gegevens nodig, en ook gegevens met meer nauwkeurigheid, dan voor beleid. Zo zijn tegenwoordig veel nauwkeuriger gegevens gewenst over het gedrag van verkeersdeelnemers en over de wegomgeving. Voor een deel zijn deze gegevens bedoeld om een betere indeling mogelijk te maken in manoeuvres, of liever in soorten ongeval. Een dergelijke indeling is overigens niet alléén van belang voor onderzoeksdoeleinden; ook het beleid vraagt naar een indeling in soorten ongeval. De uitkomst van de verschillende inventarisaties wekt de indruk dat er weinig behoefte bestaat aan gegevens over de afloop van ongevallen. Die behoefte is er echter vrijwel zeker wel, zowel voor gebruik door beleidsmakers als door onderzoekers. Ten slotte is gebleken dat er bij veel gebruikers behoefte bestaat aan een vollediger en/of meer representatieve registratie van ongevallen

The need for data relating to traffic accidents The basic registration of traffic accidents, as currently managed and implemented by the police and the Netherlands Transport Research Centre (AVV), Department for Statistics and Data Management (BG), was developed from ideas for an Integrated Traffic Accident Registration System (INVORS) formulated in around 1970. This resulted in a list of recommended data for general use. This type of system registers a limited amount of data for as many accidents as possible in a reliable and uniform way. It consists of a central basic register and a series of sub-systems whose data can be linked to the basic register. The central register contains information compiled by the police at the scene of the accident. Initially, there were also plans to use data compiled by insurance companies. The history of accident registration in the Netherlands and the development of INVORS are described in chapter 2 of this report. Various organisations and individuals use data relating to accidents. Each of these users has their own requirements and consequently their own specific needs relating to particular data. Chapter 3 of this report defines the following user groups: the Central Statistical Bureau (CBS), insurers, the police and judicial authorities, national and regional policy-making bodies, road planners and researchers. Since 1970, a series of inventories has been compiled to assess the specific data needs of the various user groups. To enable a comparison of these results, this report gives a comprehensive list of the accident data which could be included in registrations. This list is divided into general information and data concerning the causes, development and consequences of an accident. Where applicable, these headings are further subdivided into general data, data concerning the road users involved (driver(s)/pedestrian(s)/passenger(s), the vehicle(s) involved, any object(s) or animal(s) involved, the road environment and any other circumstances. These inventories were compared with the basic registrations compiled by the police/AVV-BG; see chapter 4. The original list containing the recommended data as compiled for INVORS was found to contain largely the same data as the later inventories. It was therefore already clear from 1970 onwards what kind of data was required for a basic registration. However, it is striking to note that the earliest inventories only record road users when they are the victims of an accident. The later inventories (with one exception) record all the road users who were involved in the accident, whether they were injured or not. The registrations compiled by the police/the AVV-BG contain far less information than is desirable. This is due to the fact that practical restrictions reduce the time and effort that can be devoted to collecting data and the reliability of the registered data. The police/AVV-BG do nevertheless provide a certain amount of data for all the elements on the list. Data for research purposes needs to be more complete and more accurate than data for policy-making. For example, much more accurate information is now required concerning the behaviour of road users and the road environment. This data is needed partly to make a clearer distinction between types of manoeuvre, or rather between types of accident. Yet such a subdivision is not just important for research purposes; policy-makers also need information about the different types of accident that occur. The results of the various inventories would seem to suggest that there is little need for information concerning the outcome of accidents. However, there is almost certainly a need for such data, both on the part of policy-makers and on the part of researchers. Finally, it was found that many users of data feel the need for a more complete and/or representative registration of accidents

Printer-friendly version