Fact

Bromfietsers - Wat zijn de oorzaken van ongevallen met brom- en snorfietsen?

Hieronder worden de meest voorkomende ongevalsfactoren genoemd volgens de indeling gedrag, voertuig, weg. Deze ongevalsfactoren zijn afkomstig uit een Nederlandse dieptestudie van snorfietsongevallen [3] en Deense analyse van politiedossiers [4] over snorfietsongevallen met 16- en 17-jarige bestuurders.

Gedrag

In zowel de Nederlandse als Deense studie bleken gedragsfactoren de meest voorkomende ongevalsfactoren. In de Nederlandse studie was, vanuit het perspectief van de snorfietser, het gedrag van een andere verkeersdeelnemer de meest voorkomende factor (69-72% van de  onderzochte ongevallen). In de meeste gevallen ging het hier om het geen voorrang verlenen aan de snorfietser. Het gedrag van de snorfietser zelf speelt ook een belangrijke rol bij het ontstaan van ongevallen. De top 5 van mensfactoren is:

  • snelheid boven limiet of te snel voor omstandigheden (19-28%);
  • interne conditionering, zoals nauwe focus of “ik heb voorrang” (14-25%);
  • psychofysiologische conditie, zoals haast, vermoeid, alcohol (11-17%);
  • onbekendheid/onervarenheid met situatie of voertuig (8-17%); en
  • positie op het fietspad (8-14%).

De factoren die vanuit het perspectief van de andere verkeersdeelnemer (de tegenpartij) het vaakst een rol speelden bij het ontstaan van de bestudeerde ongevallen zijn het beperkte zicht op ander verkeer (30-37%), de kruispuntinrichting (26-37%), de positie van zijn voertuig (30-33%) en het gedrag van de snorfietser dat hem tot actie dwingt (22%).

In de Deense analyse werd hiernaast ook aandacht (inclusief afleiding, ‘niet gekeken’ en ‘te nauwe focus’) als veelvoorkomende gedragsfactor genoemd [4].

Voertuig

Drie voertuigfactoren spelen een belangrijke rol bij de veiligheid van brom- en snorfietsen. Ten eerste bieden brom- en snorfietsen als voertuig geen bescherming bij een ongeval; daarom is de bromfietser evenals de fietser en motorrijder een kwetsbare verkeersdeelnemer. Ten tweede zijn brom- en snorfiets evenwichtsvoertuigen, waardoor ze hogere eisen stellen aan de voertuigbeheersing; hoe beter de voertuigbeheersing des te beter de aandacht die men beschikbaar heeft om anticiperend en veilig te rijden [5]. Ten derde is de snelheid van brom- en snorfietsen relatief eenvoudig op te voeren. Dit komt onder andere doordat veel brom- en snorfietsen geconstrueerd worden met een potentieel hoog motorvermogen waarna een snelheidsbegrenzing wordt toegevoegd voor de verkoop aan landen zoals Nederland waar een lage snelheidslimiet geldt [6]. Uit de Nederlandse dieptestudie naar snorfietsongevallen blijkt ook dat naast, een ‘slechte staat van de banden of remmen van de snorfiets’ (8-14%), een ‘opgevoerd voertuig’ (6-17%) een veel voorkomende voertuigfactor is.

Weg

De meest voorkomende infrastructuur- of omgevingsgerelateerde factoren in de Nederlandse dieptestudie waren: 1) zicht op ander verkeer wordt beperkt door bomen, geparkeerde auto’s of andere objecten (19-25%); 2) nat/vochtig wegdek (14-19%); en 3) suboptimale kruispuntinrichting, zoals een niet-conflictvrije regeling van de verkeerslichten of een voor afslaand autoverkeer te krappe opstelruimte voor het fietspad (14-17%) [3]. In de Deense analyse van politiedossiers werden vergelijkbare infrastructuurgerelateerde ongevalsfactoren gevonden, echter speelden ze minder vaak een rol [4]. Dit kan het gevolg zijn van de afhankelijkheid van politiegegevens en de mate waarin de politie aandacht besteed aan de rol van de infrastructuur bij het ontstaan van ongevallen.

Afbeeldingen