Fact

Kosten verkeersongevallen - Wat verstaan we onder immateriële kosten van verkeersongevallen?

Immateriële kosten van verkeersongevallen zijn kosten in de vorm van leed, pijn, verdriet en verlies aan kwaliteit van leven en levensvreugde bij slachtoffers en hun naasten. De immateriële schade van verkeersdoden kan via een aantal stappen worden uitgedrukt in geld. In Nederland en de meeste andere Europese landen gebeurt dit op basis van het bedrag dat mensen bereid zijn te betalen (‘willingness to pay’, WTP) voor een afname van het risico op overlijden in het verkeer [7]. Dit wordt meestal bepaald met enquêteonderzoek (‘stated preferences’). Daaruit kan de zogeheten ‘waarde van een statistisch mensenleven’ ('Value Of a Statistical Life', VOSL) worden afgeleid. De VOSL vormt de basis voor de berekening van de immateriële schade van verkeersdoden. De immateriële schade van niet-dodelijk letsel wordt hier weer van afgeleid. 

In Nederland is de VOSL in 2001 geschat op € 2,2 miljoen, plus of min € 300.000 [9] [10]. Het deel ‘immateriële schade bij dodelijk letsel' komt neer op bijna € 1,8 miljoen, plus of min € 300.000. Het andere deel van de VOSL betreft consumptieverlies. Rekening houdend met inflatie bedraagt de VOSL in 2018 € 2,8 miljoen, waarvan naar schatting € 2,2 miljoen immateriële schade. Dit is waarschijnlijk een onderschatting, omdat de VOSL ook zal zijn gestegen door de algemene welvaartsstijging in deze periode (los van inflatie). De VOSL is Nederland ligt in dezelfde orde van grootte als in andere welvarende landen die een WTP-methode gebruiken. Een uitzondering is de Verenigde Staten waar de VOSL beduidend hoger is [8].

Het gaat bij de VOSL en immateriële kosten niet om de waardering voor een specifiek individu, maar om de waardering voor een afname van het risico op een dodelijk ongeval. De meeste mensen wensen immers tegen geen enkele prijs te overlijden. Aan de 'willingness to pay' ligt ten grondslag dat mensen een afweging maken tussen risico en geld. Mensen nemen dagelijks beslissingen waarbij ze zo'n afweging maken, bewust of onbewust. Denk aan de keuze voor voedsel, het kiezen van de rijsnelheid, de keuze voor wel of geen rookmelder of de beslissing om wel of niet te sporten.

Over de immateriële schade van niet-dodelijk letsel is veel minder bekend dan over immateriële schade van dodelijk letsel. Studies daarnaar zijn alleen uitgevoerd in Groot-Brittannië [11], Zweden [12] en België [13]. Op basis van de Britse studie is de immateriële schade per ernstig verkeersgewonde in Nederland geschat op 12% van de immateriële schade van een dode [14]. Voor lichtgewonden wordt de immateriële schade geschat op 1% van de VOSL op basis van studies in de drie landen [1]. Deze waarden komen overeen met de kengetallen die in Europees verband vaak wordt gehanteerd (13%, respectievelijk 1%, van de VOSL) [15] [16].

Afbeeldingen

Factsheet

Deze fact hoort bij:

Geactualiseerd

24 mrt 2020

Deze factsheet gebruiken?