Er is de afgelopen jaren veel aan verbeteringen van de verkeersveiligheid gewerkt door de Europese Commissie (EC). Het Europese botsproevenprogramma is hier een voorbeeld van, en lijkt goed te werken. Het blijkt de aankopen van auto's te beïnvloeden en daardoor ook de autofabrikanten, die meer investeren in de veiligheid van hun producten. De invoering van de snelheidsbegrenzer op vrachtauto's is eveneens verkeersveiligheidsmaatregel die in Brussel is genomen. De EC heeft zich ook beziggehouden met voertuigeisen, met eisen aan beroepschauffeurs en met de beïnvloeding van het gedrag van weggebruikers.
Dit blijkt uit de voortgangsrapportage die de EC in maart 2000 heeft uitgebracht. Deze nota beschrijft de voortgang van het voorgenomen Europese verkeersveiligheidsbeleid en welke maatregelen in de komende periode prioriteit moeten krijgen. De belangrijkste punten uit het beleid treft u hieronder aan, waarbij het botsproevenprogramma als voorbeeld van de huidige stand van zaken wordt uitgelicht.
De ontwikkelingen die in de voortgangsrapportage beschreven staan, sluiten aan bij de plannen die de EC een aantal jaren geleden heeft gemaakt om de verkeersveiligheid in Europees verband te verbeteren. Deze beleidslijnen die in 'Action Programme of 1997-2001' werden uitgezet worden daarom ook in de voortgangsrapportage gememoreerd. Cruciaal in het Actieprogramma was de 1-miljoen-Euro-test: elke maatregel die een verkeersdode bespaart en die minder kost dan 1 miljoen Euro, zou genomen moeten worden. In het Actieprogramma benadrukte de EC de enorme kosten van de verkeersonveiligheid en propageerde ze besluitvorming gebaseerd op een kosten-batenanalyse door alle verantwoordelijke partijen, van Europees tot lokaal niveau. De schatting van 1 miljoen Euro per verkeersdode (overige gewonden en materiële schade inbegrepen) is een onderschatting van de werkelijke kosten, en geeft dus een ondergrens aan. Verder stelde de EC voor mechanismen te ontwikkelen waardoor besluitvormers en degenen die verkeersveiligheidsmaatregelen betalen, meer van de opbrengsten zouden merken. Tot slot pleitte de EC ervoor bij alle beslissingen omtrent infrastructuur rekening te houden met de gevolgen voor de verkeersveiligheid.
In de voortgangsnota komt een scala aan maatregelen aan de orde, dat in Europees verband zal worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is het project EuroNCAP: European New Car Assessment Programme. Binnen dit programma worden botsproeven met nieuwe auto's gedaan, waarbij niet alleen wordt nagegaan wat de gevolgen voor inzittenden zijn van frontale en zijdelingse botsingen, maar ook wat de gevolgen voor de tegenpartij zijn, met name voor langzame verkeersdeelnemers. Door consumenten goed te informeren over de veiligheid van auto's zou de markt beïnvloed kunnen worden. In Nederland stellen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de ANWB, de Consumentenbond en TNO de resultaten van de botsproeven beschikbaar. Uit de verkoopcijfers van bepaalde auto's die bijzonder goed uit de tests zijn gekomen valt volgens de voortgangsrapportage af te leiden dat de opzet van EuroNCAP werkt. Het project wordt mede gefinancierd door de Europese Unie (EU).
De voortgangsrapportage geeft ook aan welke maatregelen in de komende periode prioriteit moeten krijgen binnen het Europese verkeersveiligheidsbeleid. Bij de prioriteitsstelling hebben de betrokken vertegenwoordigers van alle lidstaten en een aantal experts zich gebogen over de vraag welke onderwerpen het meest kansrijk zijn om in de komende jaren in EU-verband de verkeersveiligheid te verbeteren. Er zijn drie categorieën onderscheiden in de prioritering: 'topprioriteit' en 'hoge prioriteit', beide het beste op Europees niveau tot uitvoering te brengen, en 'hoge prioriteit', te ondersteunen door de EU maar uit te voeren door de lidstaten. Hierbij wil de EC nationaal beleid ondersteunen door onder andere de uitwisseling van informatie te organiseren.
Voortzetting van het EuroNCAP-programma geldt als een van de topprioriteiten, waarbij meer aandacht voor voetgangers en fietsers die in botsing komen met een personenauto wenselijk is. Ook het opzetten van een Europees verkeersveiligheidsinformatiesysteem behoort tot de topprioriteiten. Het idee achter dit informatiesysteem is dat er binnen Europa veel nuttige kennis aanwezig is die niet eenvoudig beschikbaar is. Een geautomatiseerd systeem brengt kerngegevens en kennis uit onderzoek op ieders werkplek. Naar de haalbaarheid van een dergelijk systeem is eerder door de SWOV studie verricht (R-99-22). Deze studie is de basis voor verdere planvorming. Andere voorbeelden van totstandgekomen Europees beleid en belangrijke maatregelen die in de nota aan de orde komen, worden in de kaders verkort weergegeven.
Al met al kan uit de nota geconcludeerd worden dat we in toenemende mate geconfronteerd worden met beslissingen die op Europees niveau genomen worden. Minister Netelenbos heeft tijdens het Nationaal Verkeersveiligheidscongres ieder uitgenodigd mee te denken en suggesties kenbaar te maken voor verdere invulling van het Europese verkeersveiligheidsbeleid. Deze uitnodiging wordt hopelijk door alle betrokkenen ter harte genomen.
De voortgangsrapportage van maart 2000 beschrijft wat de EC gedaan heeft op het gebied van verkeersveiligheid sinds het verschijnen van het Actieprogramma 1997-2001. Hieronder volgen voorbeelden van aandachtspunten in Europese beleid.
De nota van maart 2000 onderscheidt drie prioriteitscategorieën in verkeersveiligheidsmaatregelen die binnen de EU uitgevoerd zouden moeten worden.
Deze maatregelen zouden op Europees niveau ten uitvoer gebracht moeten worden en daarbij de meeste aandacht moeten krijgen. Onderwerpen die hieronder vallen zijn:
In de nota wordt aanbevolen om deze belangrijke maatregelen ook op Europees niveau ten uitvoer te brengen:
De nota spreekt van maatregelen met een hoge prioriteit die de EC wil bevorderen, maar die uitgevoerd moeten worden door de lidstaten zelf. De EC wil nationaal beleid op deze punten ondersteunen door onder andere de uitwisseling van informatie te organiseren. Tot deze maatregelen horen: