<fw>
Het Noorse zusterinstituut van de SWOV, TØI, heeft onlangs de tweede versie van het 'Traffiksikkerhetshåndbok' uitgebracht. In dit handboek is uit ongeveer 1700 onderzoeken bij elkaar gezet wat er bekend is over de effecten van bepaalde verkeersveiligheidsmaatregelen. Het is schokkend hoe weinig Nederlands onderzoek daaraan heeft bijgedragen, in het bijzonder als het gaat over de effecten van vormgeving van wegen en straten op de verkeersveiligheid. Hoe is te rijmen dat het Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid en -onderzoek in het buitenland zo'n goede naam hebben, terwijl in deze publicatie Nederland een bijrol speelt?
Nederland heeft nauwelijks enige traditie op het gebied van onderzoek als het gaat over de vraag welke vormgeving van wegen en straten nu optimaal bijdragen aan het verlagen van de risico's in het verkeer. Het is gewoonte in ons land om praktijkmensen en onderzoekers enige tijd samen om de tafel te noden, een secretaris daaraan toe te voegen en de opdracht te geven om tot een publicatie te komen: gebrek aan valide en betrouwbare onderzoeksresultaten lijken hooguit een vervelende bijkomstigheid. Als er te weinig informatie is, worden er zelden mogelijkheden geschapen om aan de hand van onderzoek daarin te voorzien.
Opmerkelijk daarbij is dat de eigenaren van de problemen, in het bijzonder de wegbeheerders van gemeentelijke en provinciale zijde, zich nagenoeg niet op dit terrein bewegen. Vroeger financierde het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, bijvoorbeeld via de toenmalige Dienst Verkeerskunde en de Directie Verkeersveiligheid, het onderzoek nog wel eens. Sinds het Ministerie zich echter op het eigen (hoofd)wegennet heeft teruggetrokken, is er een vacuüm ontstaan waar niemand zich verantwoordelijk voor lijkt te voelen.
De visie achter 'duurzaam-veilig' deugt mijns inziens: een wegomgeving aan de weggebruikers aanbieden waar het gewenste gedrag logisch uit het wegbeeld volgt en via uniforme verkeersvoorzieningen proberen de voorspelbaarheid van het wegverloop te vergroten, en ook het gedrag van andere verkeersdeelnemers. Maar hoe ziet dat er concreet in de praktijk uit? En wat te doen als de ideale duurzaam-veilige oplossing (nog) niet mogelijk is? Tot hoever kan men bijvoorbeeld gaan met het versoberen van de inrichting van een 30 km/uur-gebied?
Ik voorzie grote problemen bij het implementeren van een duurzaam-veilig wegverkeer als we in Nederland niet bereid zijn voldoende in dit type onderzoek te investeren. Het is een misverstand te menen dat alle kennisgebrek simpelweg kan worden opgelost door deskundigen gewoon rond de tafel te zetten. Het is kortzichtig te menen dat ons kennisgebrek simpelweg kan worden aangezuiverd door kennis uit het buitenland te importeren. Ik nodig hierbij alle wegbeheerders uit om samen met de SWOV en andere onderzoeksinstellingen een grootschalig onderzoeksprogramma op dit terrein te starten waardoor onze kennisachterstand langzamerhand kan worden ingelopen: duurzaam-veilig heeft het nodig!