In opdracht van RDW Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie (de voormalige Rijksdienst voor het Wegverkeer) heeft de SWOV een analyse uitgevoerd van ongevallen met zwaar verkeer (alle motorvoertuigen verstaan met een totaalgewicht (GVW) van meer dan 3.500 kg). De vraag die beantwoord moet worden is: of botsingen tegen de achterkant van dergelijke voertuigen, vergeleken met botsingen tegen de voor- of zijkant, extra gevaarlijk zijn voor andere weggebruikers. In dit kader wordt ook nagegaan hoe de ongevallen met zwaar verkeer zich in de jaren 1985 tot en met 1997 hebben ontwikkeld.
Tevens moest het onderzoek (R-98-50) uitsluitsel geven of een afscherming aan de achterkant van vrachtwagen extra aandacht moet krijgen ten opzichte van zijafscherming en afscherming aan de voorzijde. In Europees wet- en regelgevingsverband zullen over dit onderwerp binnenkort beslissingen genomen worden.
Het blijkt dat het totaal aantal achteraanrijdingen met zwaar verkeer aanzienlijk minder is dan het aantal zij-aanrijdingen. Frontale botsingen komen relatief het vaakst voor.
Kijkend naar de ernst van de verwondingen van de tegenpartij doet vermoeden dat trekkers agressiever zijn dan bakwagens en dat bussen het minst agressief voor de tegenpartij zijn.
Bij achteraanrijdingen met zwaar verkeer is de tegenpartij meestal een personenauto, terwijl bij aanrijdingen aan de zijkant ook vaak fietsers en bromfietsers betrokken zijn. Frontale aanrijdingen met zwaar verkeer gebeuren in hoofdzaak met personenauto's en fietsers.
Gegeven deze resultaten zou gesteld kunnen worden dat onderafscherming van vrachtwagens aan de voorkant meer aandacht verdient dan zijafscherming, terwijl achterafscherming als laatste prioriteit zou moeten krijgen.
Toch is het zo dat een dergelijke prioriteitsstelling ook afhangt van de kosten en van de effectiviteit van dergelijke protectiesystemen, die voor elk van de drie typen zware voertuigen reeds beschikbaar of in ontwikkeling zijn. Dit betekent dat achterafscherming in theorie prioriteit zou kunnen krijgen wanneer deze als een goed werkende voorziening tegen lage kosten ontwikkeld en toegepast zou kunnen worden.