SWOV homepage
English  

De verkeersongevallenregistratie: een nieuwe aanpak

In 1995 heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat besloten over te gaan tot een nieuwe aanpak van de registratie van verkeersongevallengegevens. Het werd niet langer acceptabel geacht alleen kennis te hebben van de aantallen geregistreerde verkeersongevallen zonder te weten wat de werkelijke omvang van die onveiligheid is. Immers, de registratie van verkeersongevallen is niet alleen onvolledig, ze is ook niet representatief. De nieuwe aanpak van de registratie staat bekend als SAVOG (Structureel & Aanvullend inwinnen van Verkeersongevallengegevens). In deze aanpak wordt rekening gehouden met de onvolmaaktheden van de verkeersongevallenregistratie van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer, Afdeling Basisgegevens (AVV/BG). Deze registratie is gebaseerd op gegevens over verkeersongevallen die door de politie worden verzameld.

 

Als uitvloeisel van deze nieuwe beleidslijn werd in 1996 het IVO-overleg opgericht (IVO staat voor Integratiekader Verkeersongevallen). In dit overleg werken het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), AVV/BG en de SWOV samen in het streven naar een verantwoorde schatting van de werkelijke omvang van de verkeersonveiligheid in Nederland. De werkelijke omvang wordt bepaald met behulp van de best beschikbare bronnen voor de verschillende te onderscheiden ernstcategorieën. De eerste keer is dat in 1996 gedaan.

 

Twee rapporten

De SWOV heeft recent in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat twee rapporten uitgebracht die nauw verband houden met dit onderwerp. Voor ziekenhuisopnamen is de door de SWOV ontwikkelde ophoogmethodiek voor 1997 toegepast, en is het werkelijke aantal van deze slachtoffers in dat jaar vastgesteld (R-98-51). Deze cijfers zijn in het IVO-overleg besproken en vastgesteld als de officiële werkelijke aantallen. Vervolgens is nagegaan wat de consequenties zijn (voor beleidsbeslissingen) van de introductie van gecorrigeerde ongevallencijfers. Tevens is de gehanteerde schattingsmethodiek geëvalueerd en zijn procedures voor de toekomst beschreven. (R-98-55).

 

Verkeersdoden

Het aantal verkeersdoden dat jaarlijks door de politie geregistreerd wordt, wordt als vrijwel volledig beschouwd. Uitgaande van deze veronderstelling wordt het werkelijke aantal verkeersdoden gelijk geacht aan het geregistreerde aantal verkeersdoden.

 

Verkeersslachtoffers opgenomen in ziekenhuizen

Onder de geregistreerde ziekenhuisgewonden worden personen verstaan die als gevolg van een verkeersongeval (volgens de politieregistratie) in het ziekenhuis zijn opgenomen en daar ten minste 24 uur verblijven. Ze komen als ziekenhuisgewonden in het AVV/BG-bestand terecht.

Door diverse redenen komen echter niet alle ziekenhuisgewonden in de politieregistratie terecht.

Ziekenhuisopnamen worden uiteraard ook door de ziekenhuizen zelf geregistreerd. Een centrale registratie, de Landelijke Medische Registratie (LMR), waaraan vrijwel alle Nederlandse ziekenhuizen medewerking verlenen, wordt bijgehouden door SIG Zorginformatie. Het LMR-bestand biedt een referentiekader voor het bepalen van de werkelijke omvang van het aantal ziekenhuisgewonden ten gevolge van verkeersongevallen.

Het totale aantal ziekenhuisgewonden (met uitzondering van binnen dertig dagen overleden slachtoffers) in Nederland ligt voor 1997 op 20.190. De bepaling van dit aantal vindt plaats op basis van het bronbestand, de LMR. Hierbij heeft het resultaat van een eerder uitgevoerde koppeling tussen AVV/BG-gegevens en LMR-gegevens als basis gediend. De statistische onzekerheidsmarge in het totaal aantal ziekenhuisopnamen komt op ±1%.

Om in de toekomst te komen tot nog betere schattingen van de werkelijke omvang van de verkeersonveiligheid (en van een aantal onderverdelingen) is het wenselijk het eerder uitgevoerd koppelingsonderzoek VOR-LMR op niet al te lange termijn te herhalen.

 

Registratiegraad ziekenhuisgewonden

Het blijkt dat van de ongevallen waarbij sprake is van ziekenhuisopnamen bijna 60% geregistreerd wordt. Onderstaande tabel laat voor de verschillende wijzen van verkeersdeelname de door de politie geregistreerde, en de werkelijke aantallen zien voor het jaar 1997.

Wijze van verkeersdeelname

AVV/BG-registratie

Werkelijke aantallen

Registratiegraad

Voetganger

857

1530

0,56

Fiets

2516

7450

0,34

Bromfiets

2150

3180

0,68

Motor

880

1380

0,64

Auto/bestel

5146

6420

0,8

Vrachtauto/bus

101

130

0,78

Overig

68

110

0,62

Totaal

11718

20190

0,58

 

Verdeling naar wijze van verkeersdeelname in de AVV/BG-registratie en de werkelijke aantallen voor 1997, met de bijbehorende registratiegraad.

 

Onderverdelingen

Behalve aantallen slachtoffers zijn ook aantallen ongevallen geschat met behulp van een speciaal hiervoor ontwikkelde methodiek op basis van AVV/BG-gegevens. Uit deze berekening blijkt dat er 18.100 verkeersongevallen plaatsvonden in 1997. Tevens zijn de slachtoffers en ongevallen onderverdeeld naar belangrijke kenmerken zoals vervoerswijze, leeftijd en geslacht (deze drie alleen voor slachtoffers), maand, weekdag, dagdeel en provincie. De marges in de onderverdelingen zijn duidelijk groter dan die in de totalen.

Onderstaande tabellen geven de ontwikkelingen van de werkelijke aantallen ziekenhuisopnamen verdeeld naar wijze van verkeersdeelname en naar leeftijd.

 

 

Wijze van verkeersdeelname

1992

1993

1994

1995

1996

1997

Voetganger

1720

1660

1700

1590

1600

1530

Fiets

6770

6800

7040

7290

7000

7450

Bromfiets

3070

2860

2990

3140

3000

3180

Motor

1280

1270

1340

1330

1360

1380

Auto/bestelauto

6390

6470

6540

6410

6230

6420

Vrachtauto/bus

100

120

130

130

130

130

Overig

110

100

110

110

110

110

Totaal

19430

19290

19840

20000

19420

20190

 

Verdeling van het aantal ziekenhuisgewonden naar wijze van verkeersdeelname voor de jaren 1992 t/m 1997.

 

Leeftijdsklasse

1992

1993

1994

1995

1996

1997

0 - 4 jaar

450

420

490

450

470

480

5 - 9 jaar

1010

950

990

960

940

880

10 - 15 jaar

1410

1420

1340

1430

1280

1370

16 - 17 jaar

1530

1360

1400

1530

1440

1430

18 - 24 jaar

3560

3290

3250

3170

3060

3080

25 - 34 jaar

2960

3050

3240

3220

3210

3280

35 - 49 jaar

2970

3120

3220

3300

3210

3460

50 - 64 jaar

2320

2440

2500

2540

2520

2670

65 jaar en ouder

3230

3250

3410

3400

3280

3560

Totaal

19430

19290

19840

20000

19420

20190

 

Verdeling van het aantal ziekenhuisgewonden naar leeftijd voor de jaren 1992 t/m 1997

 

Wanneer welke cijfers gebruiken??

De ongevals- en slachtoffercijfers van AVV/BG worden door verschillende instanties gebruikt, ook voor het bepalen van het beleid ter verbetering van deze veiligheid, bijvoorbeeld bij de taakstellingen van het Meerjarenprogramma Verkeersveiligheid en het Structuurschema Verkeer en Vervoer.

Al deze gebruikers en de produkten die zij fabriceren gaan uit van bepaalde onderverdelingen die in het AVV/BG-bestand voorhanden zijn. In de werkelijke slachtofferaantallen zijn deze onderverdelingen (nog) niet allemaal beschikbaar. Als men de werkelijke aantallen slachtoffers als uitgangspunt voor onderzoek en beleid wil hanteren, dan heeft dit consequenties voor de toepassingsmogelijkheden. Tegelijkertijd blijven de AVV/BG-cijfers beschikbaar en deze bieden wel allerlei onderverdelingen. De in het vooruitzicht gestelde verbetering van de kwaliteit van het AVV/BG-bestand in het kader van het SAVOG-concept maakt bovendien de keuze voor het onveranderd voortzetten van het gebruik van AVV/BG-cijfers voor onderzoek en beleid gemakkelijk. Het is echter de vraag in hoeverre deze keuze terecht is.

De belangrijkste reden om gebruik te maken van werkelijke aantallen in plaats van de AVV/BG-gegevens, is, dat ze een juiste afspiegeling geven van de werkelijkheid. Op die aspecten van de verkeersonveiligheid waarin het AVV/BG-bestand onvolledig of niet representatief is, kunnen bij analyse van de ongevalsgegevens verkeerde beslissingen genomen worden. Dit wordt bij het gebruik van de werkelijke aantallen voorkomen. De kernvraag die bij de keuze voor het gebruik van een van de twee bronnen voor ongevalsgegevens gesteld moet worden is dan ook of het resultaat van de analyse vertekend wordt door het gebruik van het AVV/BG-bestand.

Het is wel van belang dat de gebruikers van ongevallengegevens van deze afwegingen op de hoogte gesteld worden. Tevens dienen zij voorgelicht te worden over de wijze waarop in de praktijk met de werkelijke aantallen omgegaan dient te worden.

 

Om de toepassingsmogelijkheden van werkelijke aantallen te vergroten, is een uitbreiding van de huidige set van werkelijke aantallen gewenst. Voor het analyseren van de taakstelling bijvoorbeeld dienen de werkelijke aantallen slachtoffers in de jaren 1985 en 1986 bekend te zijn. Een uitbreiding van het aantal onderverdelingen is op korte termijn mogelijk voor die combinaties van variabelen waarvoor nu reeds werkelijke aantallen beschikbaar zijn, zoals de combinatie van leeftijd en vervoerswijze. Momenteel wordt gewerkt aan het tot stand brengen van dergelijke uitbreidingen.

SWOVschrift 78 - maart 1999

Thema's kennisbank