In het najaar van 1995 is de landelijke voorlichtingscampagne 'Voorkom nekletsel' gestart. Deze campagne had tot doel de aandacht te vestigen op het veiligheidsbelang van een juist gebruik van hoofdsteunen door bestuurders en passagiers van personenauto's. Eén van de doelstellingen van de campagne was te bereiken dat 70% van de automobilisten kennis heeft van de mogelijkheid dat nekletsel kan ontstaan door een ongeval met de auto. Deze campagnedoelstelling is gehaald. De campagne bestond uit billboards langs autowegen, een televisiespot, folders, en artikelen in diverse bladen. Op diverse manieren werd gewezen op het nut en het gebruik van hoofdsteunen.
De vraag is wat het effect van die campagne is geweest. Om op deze vraag antwoord te krijgen heeft de SWOV met subsidie van het Verbond van Verzekeraars en van de RAI Vereniging een evaluatie-onderzoek uitgevoerd (R-96-43). In de zomer van 1996 is op een aantal locaties de hoogte-afstelling van hoofdsteunen voorin personenauto's geregistreerd. Tevens zijn bestuurders en vóórpassagiers geënquêteerd.
Door middel van de enquête is informatie verzameld over de volgende aspecten:
Duidelijk werd dat 80% van de ondervraagden weet wat de juiste hoogteafstelling van de hoofdsteun is. Bijna 40% weet letterlijk de campagneleus 'Bovenkant hoofdsteun bovenkant hoofd' te noemen. In 1995 was slechts 25% bekend met de juiste hoogteafstelling. Van de ondervraagde bestuurders zegt 21% dat zij naar aanleiding van de campagne de hoofdsteun heeft gecontroleerd en anders heeft afgesteld.
Door middel van het observatie-onderzoek langs de weg is nagegaan of de hoogte-instelling van de hoofdsteun in personenauto's in 1996 is veranderd ten opzichte van 1995.
De belangrijkste uitkomst was, dat de feitelijke observatie van hoogte-instelling een aanmerkelijke verbetering laat zien: van bijna 40% 'goed' bij bestuurders in 1995 tot meer dan 60% 'goed' bij bestuurders in 1996; 20 percentagepunten hoger, i.e. een verbetering van 50%. Deze verbetering werd met name tot stand gebracht doordat het aandeel in de observatiecategorie 'twijfel' is verminderd en in veel mindere mate doordat het aandeel in de 'fout'-categorie is verminderd. Over alle bestuurders beschouwd loopt het percentage 'fout' slechts met 7% terug van 1995 naar 1996.
Een belangrijke conclusie is dat de verbetering van de geobserveerde hoogte-instelling van hoofdsteunen toegeschreven kan worden aan de gevoerde campagne.
Ten eerste omdat deze verbetering overeenkomt met het effect van de campagne zoals dat uit het enquête-onderzoek naar voren komt: van de bestuurders heeft naar eigen zeggen 21% de stand van de hoofdsteun gecontroleerd en anders afgesteld naar aanleiding van de campagne. Ten tweede omdat een alternatieve verklaring voor het gevonden effect niet snel te vinden is.
De conclusie luidt dan ook dat mede dankzij de landelijke voorlichtingscampagne 'Voorkom nekletsel' autobestuurders hun hoofdsteunen beter hebben afgesteld. Vóór de campagne had 40% van de bestuurders de hoofdsteun op de juiste hoogte afgesteld (bovenkant hoofdsteun gelijk met bovenkant hoofd). In 1996 is dit 60% geworden.
De SWOV geeft ten slotte enkele aanbevelingen. Gezien het succes van de campagne, met name ook succes in termen van feitelijke gedragsverandering, lijkt een periodieke herhaling van campagne-activiteiten zeker gewenst. Daarbij moet vooral aandacht besteed worden aan onderstaande punten.