SWOV homepage
English  

Registratie van verkeersslachtoffers

VIPORS (Verkeersongevallen in PORS) is een registratiesysteem van gegevens van slachtoffers van verkeersongevallen die zich voor behandeling melden bij de Spoedeisende-Hulpafdelingen van ziekenhuizen. In rapport R-96-29 wordt VIPORS als registratiesysteem beschreven en wordt de inrichting van het gegevensbestand uiteengezet. De mate van compleetheid en representativiteit worden beschreven in R-96-30. Het unieke van VIPORS is dat behalve ongevallengegevens, ook letselgegevens geregistreerd worden. Bovendien zijn de individuele slachtoffers achteraf te benaderen voor eventueel gewenste aanvullende gegevens van de ongevallen.

Uit de jaargegevens over 1995 blijkt dat het aantal slachtoffers in 1995 licht is toegenomen (+ 3,7%) ten opzichte van 1994; de verdelingen van kenmerken in 1995 verschillen nauwelijks met die in 1994.

 

Fietsers vormen met bijna 50% de belangrijkste groep slachtoffers. In deze groep ligt de nadruk op enkelvoudige ongevallen, met name die waarbij geen obstakel in het spel is (éénzijdige ongevallen). Deze groep slachtoffers blijkt nauwelijks in de officiële verkeersongevallenregistratie van AVV-BG opgenomen te worden, zodat VIPORS alleen al voor deze groep een uiterst belangrijke bron is.

De tweede belangrijke groep slachtoffers van verkeersongevallen die zich melden voor spoedeisende hulp, zijn auto-inzittenden. Zij vormen samen met de kleine groep inzittenden van bestelauto's ongeveer een kwart van alle slachtoffers. De derde groep slachtoffers zijn bromfietsers; zij vormen 15% van het totale aantal slachtoffers dat zich in het ziekenhuis meldt. Motorrijders en voetgangers completeren het slachtofferbeeld met ieder een aandeel van ongeveer 5%.

Eén derde van de slachtoffers wordt per ambulance gebracht, ongeveer één zesde komt via de huisarts en de rest komt op eigen gelegenheid naar de Spoedeisende-Hulpafdeling.

De ernst van de ongevallen in VIPORS laat zich vooral typeren door het aandeel ziekenhuisopnamen (14%) en het aantal in het ziekenhuis overleden slachtoffers (0,3%). Bijna 30% van de slachtoffers werd na behandeling verwezen naar een specialist, terwijl circa 25% werd doorverwezen naar de huisarts. Zonder vervolgbehandeling kon 30% naar huis.

De meest voorkomende letsels zijn wonden en contusies (bijna 50%), gevolgd door fracturen met een aandeel van 25%. Deze letsels ontstonden vooral aan armen en benen (elk ongeveer 25% van het totaal) en hoofd (22%); hals en nek waren bij 8% geraakt.

SWOVschrift 70 - maart 1997

Thema's kennisbank