Het onderzoek dat beschreven is in R-96-46 geeft inzicht in de kosten en baten die verbonden zijn aan een scala van bestaande of bijna bestaande elektronische hulpmiddelen in zware voertuigen zoals vrachtwagens en tourbussen.
De kosten/baten-afweging die in dit rapport wordt gemaakt is uitsluitend gebaseerd op de mogelijke kosten of baten gerelateerd aan verkeersonveiligheid (bespaarde of eventueel veroorzaakte ongevallen) en de kosten van aanschaf en exploitatie van de betreffende apparatuur. Hierbij zijn twee gezichtspunten gehanteerd en vergeleken: dat van de gebruiker (de vervoerder) en dat van de samenleving.
Het onderzoek leidt tot de conclusie dat vervoerders en samenleving een totaal ongelijk belang in de toepassing van deze apparaten hebben. Zelfs als het bedoelde positieve effect van de apparaten op de verkeersveiligheid (aantal en ernst van ongevallen) slechts voor een klein deel (10%) optreedt, is het positieve effect voor de samenleving al groot, in geld uitgedrukt: tientallen miljoenen guldens per jaar. De besparing aan kosten van die ongevallen voor de vervoerder daarentegen is vrijwel altijd veel geringer dan de kosten van aanschaf en onderhoud. Er zijn daarom additionele, economische, motieven nodig om voor de vervoerder aanschaf aantrekkelijk te maken.
Een andere conclusie uit het onderzoek is: apparaten die nog relatief gunstig voor de vervoerder zijn en verder grote voordelen voor de samenleving kunnen opleveren zijn: