In het verkeersveiligheidsbeleid is de beheersing van rijsnelheden één van de belangrijkste onderwerpen. Er is al veel ervaring mee opgedaan; er zijn successen mee behaald, maar toch blijft snelheid nog steeds één van de grootste knelpunten. Er is een grote verscheidenheid aan instanties die actief zijn met dit onderwerp en er wordt steeds weer nieuwe kennis opgedaan over beleidsmogelijkheden. Uitwisseling van die kennis is uiteraard belangrijk. De kennisuitwisseling zoals die op dit moment geschiedt is niet optimaal.
De Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) heeft daarom aan de SWOV gevraagd een project uit te voeren (R-96-45) met als doel een voorstel te ontwikkelen voor de wijze waarop kennisuitwisseling op het gebied van snelheidsbeheersing georganiseerd zou kunnen worden. Daartoe zijn werkbijeenkomsten belegd met beleidsfunctionarissen en bestuurders, waarin de behoefte aan kennis op het gebied van snelheidsbeheersing en de voorkeuren voor bepaalde vormen van kennisuitwisseling aan de orde zijn gesteld.
Onderscheid is gemaakt tussen de kennis over de inhoud van beleidsmaatregelen en de kennis over de organisatie van het beleid, de procesmatige aspecten.
Gebleken is dat de behoefte aan kennis over snelheidsbeheersing nog erg groot is, zowel op het beleidsinhoudelijke als op het procesmatige vlak. Die kennisbehoefte heeft betrekking op een groot aantal verschillende onderwerpen, die zijn samen te vatten in vijf thema's:
Er zijn diverse vormen van kennisoverdracht voorgelegd en besproken. Een naslagwerk, een elektronisch bestand en een periodieke uitgave zijn middelen om achter het bureau te gebruiken. Ze kunnen de gegevens en expertise leveren voor een planmatige aanpak. De meeste uitvoerenden die aan de werkbijeenkomsten deelnamen hebben grote behoefte aan deze middelen. Ook aan een coördinatiepunt bestaat duidelijk behoefte; aanvullende informatie, die past bij de specifieke omstandigheden waarmee men te maken heeft, kan dan sneller worden opgezocht.
De kennisuitwisseling met deze vier middelen is het beste primair op landelijk niveau te organiseren. Het ligt voor de hand om de AVV, de SWOV en CROW hierbij in te schakelen, en hen samenwerking met andere instanties zoals het Politie Verkeersinstituut (PVI) te laten organiseren.
Werken aan snelheidsbeheersing betekent samenwerken, met name op regionaal niveau. Daartoe zijn netwerken en werkgroepen nodig, en ook een missionaris om functionarissen of instanties bij het beleid te betrekken. De Regionale Organen voor de Verkeersveiligheid (ROV's) hebben als centrale taak om dergelijke vormen van samenwerking tot stand te brengen en hebben inmiddels veel bereikt. Kennisuitwisseling vervult ook hier een belangrijke rol. De Regionale Directies van Rijkswaterstaat hebben ten behoeve van de genoemde samenwerkingsvormen voor kennisoverdracht gezorgd. De provincies zullen in verband met de decentralisatie een grotere sturende rol in de regio op zich nemen.
Snelheidsbeheersing blijft vooralsnog een bijzonder taai vraagstuk. Het is moeilijk duurzame effecten te bereiken en er is een integrale aanpak nodig. Er valt dus nog veel over te leren. Daarom is er ook behoefte aan adviezen op maat, aan symposia en aan cursussen. Aan de organisatie hiervan dient invulling te worden gegeven in overleg tussen landelijke instanties en de regio (met name de ROV's). Een coördinatiepunt zou als neventaak kunnen hebben om de markt voor deze instrumenten te verkennen.
Voorgesteld wordt de bestaande kennisuitwisseling, die verbrokkeld is en in enkele van de meest dringende behoeften niet voorziet, langs deze lijnen te versterken.