SWOV homepage
English  

Autogordels en kinderzitjes

Autogordels verminderen de kans op ernstig en dodelijk letsel met 30 tot 40% afhankelijk van de plaats in de personenauto. Het effect van kinderzitjes is met 50% nog iets hoger. Sinds de introductie van de autogordel zijn er in Nederland grofweg 9.000 doden bespaard door het dragen van de gordel. Als in 2008 alle inzittenden van personenauto's een gordel hadden gedragen, dan waren er in dat jaar 10 doden meer bespaard.

 

Op dit moment draagt voor in de personenauto ruim 95% van de inzittenden een gordel; achterin is dit ongeveer 80%. Sinds 1992 is er een draagplicht van gordels op achterzitplaatsen. Voor degenen die kleiner zijn dan 1,35 m gelden aparte regels. Hun lengte en gewicht, maar ook de verdeling van het lichaamsgewicht, vereisen speciale beveiligingsmiddelen, zoals zitverhogers en kinderzitjes. Bijna 90% van de kinderen wordt voldoende beschermd vervoerd, dat wil zeggen niet reizend op een zitplaats zonder gordel, in een losse reiswieg, of zittend op schoot bij een passagier.

 

Gordels worden nog steeds verbeterd. Onder andere zijn er systemen om de krachten die de gordel op het menselijk lichaam uitoefent te verminderen (de gordelspanner en krachtbegrenzer) en om de gordel nog eerder in het botsproces in stelling te brengen (‘precrash sensors’). Gordelverklikkers op alle zitposities, dus ook achterin de auto’s, verhogen het draagpercentage van autogordels.

 

Voor meer details:

Factsheet Autogordels en kinderzitjes (pdf)