Geadviseerd wordt om op de weg minimaal twee seconden afstand tot de voorligger te houden. Deze volgtijd is gebaseerd op de reactietijd van bestuurders onder verschillende omstandigheden. De reactietijd varieert van bestuurder tot bestuurder en is een functie van alertheid, complexiteit en verwachting. Een volgtijd van twee seconden blijkt voor de meeste bestuurders voldoende om achteraanrijdingen te voorkomen.
De remtijd – en daarmee ook de lengte van de remweg – is afhankelijk van de rijsnelheid. Bij een noodstop bij 80 km/uur op een nat wegdek ligt de totale remtijd ruim boven de vijf seconden, en de totale remweg op ongeveer
In werkelijkheid blijken de volgtijden duidelijk kleiner te zijn dan de geadviseerde 2 seconden, vooral bij hogere snelheden. Bij snelheden vanaf ongeveer 90 km/uur is de gemiddelde volgtijd van personenauto's minder dan 1 seconde. Volgens de aanwijzing verkeersongevallen is er sprake van 'kleven' als een bestuurder zo dicht achter een voertuig rijdt dat de tussenruimte tussen voertuigen minder bedraagt dan de in de reactietijd afgelegde weg. Deze afstand is dus afhankelijk van de rijsnelheid. Bijvoorbeeld: bij een snelheid van 110 km/uur wordt ruim 30 m/s afgelegd. Bij een zeer goede reactietijd van 0,5 seconde is er dan sprake van kleven als de tussenruimte minder dan
De politie voert beleid om bumperkleven terug te dringen, omdat dit niet alleen hinderlijk is maar ook gevaarlijk. Te korte volgtijden zijn de belangrijkste oorzaak van kop-staartbotsingen. Op autosnelwegen is bijna eenderde van de ernstige ongevallen (ongevallen met doden en/of ziekenhuisgewonden) een kop-staartbotsing. Voor ongevallen met licht letsel en alleen materiële schade is het aandeel kop-staartongevallen nog iets hoger, respectievelijk 49% en 39%.
Er zijn diverse middelen om automobilisten te helpen zich beter aan de twee seconden volgtijd te houden, zoals hulpstrepen op de rijbaan, een volgtijdinformatiesysteem en Advanced Cruise Control.
Voor meer details: Factsheet Volgtijd en verkeersveiligheid (pdf)