Veel automobilisten gebruiken onderweg een mobiele telefoon en lopen daarmee een verhoogde kans op een verkeersongeval. Automobilisten worden 'fysiek' afgeleid doordat zij tegelijkertijd zowel de telefoon als het voertuig moeten bedienen. Het grootste gevaar vormt echter de 'cognitieve' afleiding: bestuurders moeten hun aandacht verdelen over het telefoongesprek en het autorijden. Om die reden heeft handsfree bellen géén significant voordeel boven handheld bellen. Onderzoek heeft aangetoond dat bestuurders die mobiel bellen tijdens het rijden, naar schatting een factor 2 tot 9 hoger ongevalsrisico hebben dan bestuurders die dat niet doen.
Een van de meest toegepaste wettelijke maatregelen tegen telefoongebruik in een voertuig, is het verbod op het handheld gebruik van telefoons. In Nederland geldt dit verbod sinds april 2002. Het (zelfgerapporteerd) gebruik van de telefoon, zowel handheld als handsfree neemt de laatste jaren echter eerder toe dan af. Volgens gegevens van het CJIB zijn er in 2009 135.000 bekeuringen uitgedeeld voor het handheld telefoneren in de auto.
Naast de wetgeving kan gedacht worden aan maatregelen op het gebied van
Een van de meest gebruikte argumenten tegen een verbod op mobiel bellen dat een gesprek via de mobiele telefoon niet verschilt van een gesprek met een passagier. Echter, het grote verschil is dat een passagier is zich bewust van de rijsituatie, waardoor de complexiteit en het tempo van het gesprek vaak wordt aangepast. Een gesprekspartner via de telefoon is zich niet bewust van de verkeerssituatie en kan daar dus ook geen rekening mee houden.
Voor meer details:
Factsheet Mobiel telefoongebruik tijdens het rijden (pdf)