Elke bestuurder komt wel eens tot de ontdekking dat hij zich niets meer weet te herinneren van de direct voorafgaande periode. Ook heeft iedereen wel eens momenten dat hij ergens naar kijkt maar toch niets ziet. Als er geen sprake is van vermoeidheid, noemen we dit momenten van concentratieverlies.
Concentratieverlies kan optreden doordat de bestuurder tijdens het rijden aan andere zaken dan de rijtaak denkt, maar ook doordat de hersenactiviteit daalt zonder dat er sprake is van vermoeidheid, bijvoorbeeld door een monotone omgeving.
Concentratieproblemen leiden tot een duidelijke afname van de rijvaardigheid. De bestuurder maakt meer fouten, reageert later, merkt zaken pas laat of in het geheel niet op en als hij remt, is dat vaak later en harder.
Het is niet bekend hoe vaak in Nederland ongevallen ontstaan door concentratieproblemen achter het stuur. Op basis van Amerikaans onderzoek bestaat het vermoeden dat concentratieverlies meespeelt bij 7% van de ongevallen.
Het heeft weinig zin om bestuurders te verbieden tijdens het rijden aan andere zaken te denken. Wel is het mogelijk om bestuurders voor te lichten en om ze af te raden achter het stuur te gaan zitten als ze hun hoofd er niet bij hebben.
Door de rijtaak te 'verlevendigen' kan voorkomen worden dat de aandacht verslapt, bijvoorbeeld door meer afwisseling aan te brengen in lange rechte stukken polderweg. Ribbelmarkeringen in de lengterichting kunnen voorkomen dat de ongeconcentreerde automobilist van de weg afraakt.
In de toekomst is het wellicht mogelijk om bestuurders met speciale detectieapparatuur te waarschuwen voor een lage intensiteit van de aandacht. Enkele autofabrikanten werken al aan dergelijke detectiesystemen.
Voor meer details:
Factsheet Concentratieproblemen achter het stuur (pdf)