Kwetsbare verkeersdeelnemers hebben een grotere kans op ernstig letsel dan andere verkeersdeelnemers omdat zij zich onbeschermd en met een geringe snelheid en massa door het verkeer bewegen. Van alle vervoerswijzen waarbij een beschermende schil ontbreekt (voetgangers, fietsers, snor- en bromfietsers en motoren) blijken de voetgangers in de praktijk de meest kwetsbare verkeersdeelnemers. Ongeacht de vervoerwijze hebben de 75-plussers de grootste kans om als gevolg van een verkeersongeval te overlijden.
Het minst gevoelig voor letsel in het verkeer zijn inzittenden van gemotoriseerde vierwielers, zoals auto’s, bestelwagens, vrachtwagens en bussen. Zij worden beschermd door hun voertuig, terwijl hun voertuig tevens een grotere massa heeft. Inzittenden van een zwaarder voertuig zijn bij een botsing meestal in het voordeel. Daarnaast hebben gemotoriseerde vier- en tweewielers het vermogen om zich met grote snelheid voort te bewegen. Vanaf 30 km/uur vormt hun snelheid een bedreiging voor onbeschermde verkeersdeelnemers. Bij een botssnelheid van 30 km/uur overleeft 90% van de voetgangers een botsing met een personenauto, terwijl bij een botssnelheid van 45 km/uur of hoger de kans op overleven kleiner is dan 50%.
Een verkeerssysteem verdient het predicaat ‘duurzaam veilig’ indien de kwetsbaarheid van de verschillende verkeersdeelnemers zo min mogelijk tot uiting komt. Dit betekent dat grote massa- en snelheidsverschillen vermeden dienen te worden door de verschillende soorten verkeersdeelnemers zoveel mogelijk te scheiden.
Voor meer details: Factsheet Kwetsbare verkeersdeelnemers (pdf)