Na verschijning van het 'paarse boek' in 1992, met de grondslagen van Duurzaam Veilig, werden de nodige voorbereidingen getroffen om deze visie te implementeren. Dit leidde in 1995 tot vier Duurzaam Veilig-demonstratieprojecten. De ervaringen die hiermee werden opgedaan hebben er toe bijgedragen dat in 1997 het convenant Startprogramma Duurzaam Veilig Verkeer werd gesloten. Dit convenant betrof afspraken over een pakket van verkeersveiligheidsmaatregelen en een intentie tot het maken van beleidsafspraken voor een tweede fase van Duurzaam Veilig.
Naast de maatregelen uit het Startprogramma zijn er in de periode 1990-2005 (en soms zelfs eerder) ook andere maatregelen getroffen die zeer goed in Duurzaam Veilig passen. Voorbeeld hiervan is de aanleg van rotondes.
In de beginperiode van Duurzaam Veilig, halverwege de jaren negentig, zijn in verschillende delen van het land gebieden aangewezen als DV-demonstratieprojecten:
De keuze voor de gebieden was gebaseerd op hun geografische spreiding, aard van de voorgestelde maatregelen, de aanwezige verkeersproblemen, en de opzet (organisatorisch, financieel, inhoudelijk) van de ingediende plannen.
Het demonstratiekarakter van de projecten zat vooral in de ontwikkeling van kennis en de overdracht daarvan. Het proces en de effecten van de demonstratieprojecten werden gemonitord door adviesbureaus.
In 1997 werd het convenant Startprogramma Duurzaam Veilig Verkeer gesloten. Dit convenant betrof afspraken tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W) en de Unie van Waterschappen (UvW). Het behelsde een pakket van 24, redelijk snel uit te voeren verkeersveiligheidsmaatregelen en een intentie tot het maken van beleidsafspraken voor een volgende fase van Duurzaam Veilig, nadat het Startprogramma zou zijn afgerond (voorzien in 2001). Om de uitvoering van een aantal maatregelen af te ronden is het Startprogramma uiteindelijk verlengd tot 2003.
Inhoud Startprogramma
Het pakket snel uit te voeren maatregelen van het Startprogramma bestond vooral uit maatregelen voor aanpassing van de infrastructuur en enkele gedragsregels:
Aan het eind van het Startprogramma moest elke wegbeheerder zijn wegennet hebben gecategoriseerd volgens de CROW-eisen. Voor deze maatregelen was een gedeeltelijke rijkssubsidie beschikbaar.
De bedoeling was om het aantal 30-km/uur-zones flink uit te breiden. Om dat te bevorderen mocht de wegbeheerder volstaan met een 'sobere inrichting’.
In het Startprogramma werden ook maatregelen genoemd voor financiering, handhaving, educatie en communicatie. Voor die maatregelen was geen subsidie beschikbaar.
De tweede fase was aanvankelijk opgenomen in het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan (NVVP) in de vorm van een aantal specifieke afspraken tussen bestuurlijke partijen: het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het IPO, het samenwerkingsverband van de kaderwetgebieden (tegenwoordig stadsregio's) in het kader van verkeer & vervoer (SKVV), de VNG en de UvW. Aangezien het NVVP echter niet door de Tweede Kamer werd goedgekeurd, heeft deze inhoud in hoofdlijnen een weg gevonden in de Nota Mobiliteit. Daarin hebben de afspraken automatisch de status van een Planologische Kernbeslissing (PKB), en dat is bindender dan een convenant.
Ruim tien jaar na het vaststellen van Startprogramma Duurzaam Veilig heeft de SWOV de balans opgemaakt. De resultaten zijn te vinden in SWOV-rapport R-2009-14 en in de verkorte versie De balans opgemaakt. Alles wijst erop dat de maatregelen die in de afgelopen periode zijn genomen en passen binnen de Duurzaam Veilig-visie, succesvol zijn geweest. Het aantal verkeersdoden daalde met gemiddeld 5,0% per jaar; het overlijdensrisico met gemiddeld per jaar 5,6%. Als deze maatregelen niet genomen waren zouden er in 2007 zeker 300 meer verkeersdoden zijn gevallen. Wanneer we deze baten vergelijken met de kosten van de genomen maatregelen blijkt bovendien dat de baten ongeveer een factor vier hoger waren dan de kosten. Het succes van Duurzaam Veilig is vooral te danken aan ministerie, politie, justitie en locale en regionale wegbeheerders die na de ondertekening van het Startprogramma voortvarend met de maatregelen aan de slag zijn gegaan.