Het onderzoeksprogramma 1999-2002 was onderverdeeld in acht onderzoeksthema's die de belangrijkste aspecten van de verkeersveiligheid een plaats geven.
Dit thema kende drie verschillende aspecten.
In de eerste plaats werd onderzoek verricht dat erop gericht was meerinzicht te krijgen in de mogelijkheden het verkeersgedrag te beïnvloeden door de verkeersomgeving.
Het tweede aspect binnen dit thema was onderzoek naar de invloed van de emotionele en fysieke gesteldheid van de verkeersdeelnemers op zijn of haar gedrag. Een deel van dit onderzoek wordt in internationaal verband gedaan en loopt door in 2003.
Tot slot vond een studie plaats naar welk verkeersgedrag tot ongevallen leidt. Bijzondere aandacht ging daarbij uit naar de vraag hoe gedragsmatige oorzaken van ongevallen eigenlijk te onderzoeken zijn.
Hoe veilig de verkeersomgeving ook is gemaakt. Het doen en laten van de weggebruiker binnen zijn mogelijkheden en beperkingen is mede bepalend voor de verkeersveiligheid. Het thema Voorwaarden voor veilig gedrag richtte zich op de verkeersdeelnemer: wat moeten verkeersdeelnemers kennen, kunnen en willen en hoe is dit te beïnvloeden? Op welke manier leert iemand eigenlijk een bromfiets of een auto te besturen, wanneer heeft iemand voldoende kennis en vaardigheiden om dat zonder brokken te doen en hoe zorg je ervoor dat iemand ook bereid is om zich zo te gedragen dat de veiligheid van hemzelf en anderen niet in het geding komt? Het beantwoorden van deze vragen was doel van het onderzoek binnen dit thema.
Binnen dit thema richtte het onderzoek zich steeds op de relaties tussen functie, vormgeving en gebruik op de verschillende niveaus van de verkeers- en vervoersplannen. Het is belangrijk dat bij beslissingen over verkeers- en vervoersbeleid waarin structurele wijzigingen van het wegenverkeersnet aan de orde zijn, de consequenties voor de verkeersveiligheid meegewogen en afgewogen kunnen worden tegen de economische waarden en andere aspecten, zoals bereikbaarheid en milieu. Speciale aandacht werd binnen dit thema geschonken aan duurzaam veilige oplossingen.
Dit thema richtte zich op het niveau van inrichting van de verkeersinfrastructuur. Op het inrichtingsniveau staat het verkeerskundig ontwerp centraal. Dat komt (mede) tot stand door de inspanningen van de verkeerskundig ontwerper. Dit thema had tot doel wetenschappelijk gefundeerde kennis te ontwikkelen over het veiligheidsgehalte van het verkeerskundig ontwerp en deze kennis op een gebruiksvriendelijke wijze beschikbaar te stellen aan wegontwerpers, opstellers van richtlijnen en aanbevelingen op het gebied van wegontwerp, en aan onderwijsinstellingen.
Ten eerste werden de veiligheidseffecten van verkeersvoorzieningen bestudeerd.
In de tweede plaats werd gewerkt aan de verdere ontwikkeling van kwalitatieve en kwantitatieve instrumenten om de verkeersveiligheidseffecten van een verkeerskundig ontwerp als geheel vast te stellen.
Centraal in dit thema stond de 'imcompatibiliteit, de ongelijkwaardigheid, van verschillende verkeersdeelnemers, en de gevolgen daarvan voor ongevallen en letsel. Langdurig letsel krijgt daarbij afzonderlijk aandacht als een gevolg van verkeersonveiligheid waar we betrekkelijk weinig van weten, terwijl dat het leven van verkeersslachtoffers wel sterk kan beïnvloeden. Een belangrijk richtpunt van dit thema was het terugdringen van de gevolgen van ongelijkwaardigheid tussen verkeersdeelnemers.
Binnen dit thema werden de mogelijkheden en effecten van telematica in het verkeer in kaart gebracht. Er werd naar gestreefd effecten van telematicatoepassingen op de verkeersveiligheid te schatten en criteria aan te geven waarom bepaalde toepassingen wel of geen steun zouden verdienen. Die criteria zijn zowel vanuit de weggebruiker als vanuit de beleidsmaker geredeneerd. Hierbij werd ten behoeve van de beleidsmakers breder gekeken dan alleen naar de verkeersveiligheid.
Dit thema richtte zich op het vergroten van het inzicht in de ontwikkelingen van de verkeersveiligheid. Om realistische doelstellingen te kunnen formuleren en realiseren, is het nodig om ontwikkelingen in de verkeersveiligheid te beschrijven. Daarbij worden ook ontwikkelingen betrokken van de belangrijkste factoren die daarop van invloed zijn, zoals het verkeer en de verdelingen van het verkeer over de diverse vervoersmodi en weten, de demografische en economische ontwikkelingen en de toepassing van verkeersveiligheidsmaatregelen. Enerzijds is deze beschrijving nodig om de ontwikkelingen te volgen en onverwachte tendensen zo vroeg mogelijk te signaleren, anderzijds dienen deze ontwikkelingen als referentie voor het evalueren van genomen maatregelen.
Het thema Besluitvorming en bestuur omvatte twee onderdelen:
Bestuurskundig onderzoek
Bestuurskundig onderzoek richtte zich op de vraag hoe planvorming en besluitvorming plaats vinden en welke rol kennis daarbij speelt. Ook is onderzocht op welke wijze en in welke stadia kennis het beste aangeleverd kan worden.
Economisch onderzoek
Economisch onderzoek had tot doel kennis te verwerven die gebruikt kan worden bij rationele besluitvorming. Het gaat dan onder andere om een schatting van de kosten van verkeersonveiligheid en kosteneffectiviteit of kosten-batenverhoudingen van maatregelen.