|
De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid
SWOV heeft onderzocht welke emoties in het verkeer voorkomen. Met dit
rapport zet de SWOV een eerste stap naar inzichten in het ontstaan en
verloop van emoties bij verkeersdeelnemers en het effect ervan op de verkeersveiligheid:
een novum binnen de verkeerspsychologie in Nederland.
Rol van emoties
Welke specifieke emotie er ontstaat, hangt af van het positieve of
negatieve gevoel, maar ook van andere factoren. Zo ontstaat boosheid meestal
als er iets negatiefs gebeurt, als de mate van controle hoog is en er
iemand anders in de buurt is die we de schuld kunnen geven. De emotietheorie
van de psycholoog Frijda biedt veel aanknopingspunten voor verkeerspsychologisch
onderzoek om relevante vragen te formuleren en mogelijke oplossingen te
vinden. Zo toont de bestudeerde literatuur aan dat een aantal specifieke
emoties (zoals boosheid, angst, schuldgevoel of genieten) voorkomt in
het verkeer en in verband staat met veilige en onveilige gedragingen.
Om de relevantie voor de verkeersveiligheid preciezer in te schatten is
het nodig het ontstaan, het verloop en de gedragsgevolgen van emoties
in het verkeer te onderzoeken.
Onderzoeksmethode
Daarom is gekeken naar een aantal specifieke kenmerken van emoties
die voorkomen in de verkeerssituatie. Diverse verkeersdeelnemers werd
gevraagd om gedurende een week een dagboekje bij te houden waarin zij
per verplaatsing gegevens moesten noteren over de verplaatsing en de ervaren
emoties. Bij het noteren van de emoties kon gekozen worden uit een lijst
van 29 beschrijvingen van emoties, die later geclusterd zijn tot zes emotietypen:
vreugde, affectie, verrassing, boosheid, verdriet en vrees.
Specifiek zijn de volgende kenmerken van deze emoties onderzocht: frequentie
van voorkomen, sterkte, de aanleiding, en de gevolgen voor de veiligheid
in het verkeer.
Aantal en soorten emoties en frequentie
De meest gerapporteerde emoties onder de ondervraagden zijn vreugde
(54%) en boosheid (22%). In de helft van alle verplaatsingen ervaart men
dus vreugde; in een op de vijf verplaatsingen ervaart men boosheid.
Men heeft bij lopen en fietsen ongeveer 1,5 keer zo vaak een emotie als
bij auto- en motorrijden. Dit geldt met name voor vreugde. Boosheid komt
tijdens wandelen niet vaak voor: 2,5 keer minder dan tijdens fietsen.
Verkeersdeelnemers beleven gemiddeld één emotie per half uur. Positieve
emoties komen ongeveer elke 50 minuten voor, terwijl negatieve emoties
ongeveer iedere 90 minuten voorkomen.
Oorzaken
Emoties in het verkeer worden niet alleen veroorzaakt door verkeersgerelateerde
gebeurtenissen. Uit het onderzoek blijkt dat wat men ervaart vóór de rit
even belangrijk is voor de emotionele staat tijdens de verkeersdeelname.
Ook gedachten die kunnen optreden tijdens de rit kunnen emoties tot gevolg
hebben. Een klein deel van de emoties wordt veroorzaakt door gesprekken
of telefoongesprekken tijdens de verkeersdeelname.
Boosheid blijkt vooral te worden veroorzaakt door het gedrag van ándere
weggebruikers. Ook blijken verkeersdeelnemers hun boosheid vooral op mede-weggebruikers
te richten die deze boosheid hebben veroorzaakt.
Verder onderzoek
Verder onderzoek zal meer inzicht moeten geven in verkeersgedrag dat
uit emoties voortkomt en verkeersgedrag dat door emoties wordt
verstoord. Het nu uitgevoerde onderzoek is een goed referentiepunt
voor toekomstig onderzoek. Een objectief antwoord of bepaalde emoties
in frequentie en/of sterkte toenemen, kan pas worden gegeven als dit onderzoek
periodiek wordt herhaald. In de rapportage zal dan een verschuiving in
emoties zichtbaar moeten worden.
Van beide onderzoeken naar emoties is een rapport verschenen: Literatuurstudie
naar emoties in het verkeer (R-2002-31) en Praktijkstudie
naar emoties in het verkeer (R-2003-8).
|