|
Naleven van richtlijnen bij het inrichten en onderhouden
van wegen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van spookrijden.
Want niet alleen een verminderde vaardigheid van de bestuurder, ook een
niet-optimale wegsituatie kan leiden tot spookrijden. Inspecties van afritten
op de autosnelwegen lijken de meest effectieve maatregel tegen spookrijden
te zijn.
Per jaar vallen in Nederland als gevolg van spookrijden vijf doden
en twaalf gewonden.
Dit blijkt uit onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk
Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV in Leidschendam naar de oorzaken van
spookrij-ongevallen op autosnelwegen.
Uit de gegevens lijken twee prototypen van spookrijders naar voren te
komen. Namelijk de jongere spookrijder die - zowel overdag als bij duisternis
- een bewuste fout maakt door te keren, en oudere spookrijder die - voornamelijk
in het donker - per ongeluk linksaf de oprit oprijdt. De meeste weggebruikers
op de hoofdrijbaan die als eerste met een spookrijder in botsing komen,
zijn net een inhaalmanoeuvre begonnen.
In de periode 1991 tot 1998 blijken zich jaarlijks gemiddeld 22 spookrij-ongevallen
te hebben voorgedaan. Zo'n 46 procent van deze ongevallen gebeurde bij
daglicht. Bij duisternis was het aandeel spookrij-ongevallen op snelwegen
ongeveer twee keer zo groot als overdag.
Processen-verbaal
De SWOV-onderzoekers drs. M. De Niet en A. Blokpoel hebben de originele
processen-verbaal gebruikt als een belangrijke informatiebron voor nadere
analyse. Ook zijn verbalisanten benaderd voor verdere informatie. Daarnaast
is aanvullend onderzoek gedaan naar de factoren in wegontwerp in relatie
met bestuurdersgedrag die een rol spelen bij spookrijden.
Gebleken is dat ongeveer de helft van de spookritten begint doordat bestuurders
afritten oprijden en de andere helft door het keren - voornamelijk op
de hoofdrijbaan - of vergelijkbare manoeuvres verrichten. Het oprijden
van de afrit gebeurt voornamelijk bij duisternis door oudere bestuurders.
Deze bestuurders willen via de oprit correct de snelweg oprijden maar
slaan te vroeg linksaf naar de afrit. Dit lijkt vooral een probleem in
de verwerking van (visuele) informatie te zijn en gebeurt op beide hoofdtypen
afritten: halfklaverbladen en zogenoemde Haarlemmermeeraansluitingen.
Het keren gebeurt voornamelijk door jongere bestuurders die doorgaans
bewust gaan spookrijden om een eerdere fout in de routeplanning te corrigeren.
Gekeken is ook naar de situaties waarin onopzettelijk afritten worden
opgereden. Deze fout, die de grootste groep maakt, is volgens de SWOV-onderzoekers
het makkelijkst te voorkomen. Bij spookafritten zijn namelijk situaties
aangetroffen die het te vroeg afslaan in de hand kunnen werken. Doordat
de afrit opvallend is en het zicht op de oprit slecht, kunnen bestuurders
naar de afrit worden geleid. Door versleten belijning en niet (juist)
geplaatste borden wordt niet goed duidelijk gemaakt welke handelingen
zijn toegestaan. De bocht van de onderliggende weg naar de afrit is ook
niet zodanig krap dat het te vroeg afslaan wordt verhinderd.
Veel van deze situaties zijn in strijd met bestaande richtlijnen en kunnen
betrekkelijk eenvoudig worden verbeterd. Bij ongevallen die gebeuren doordat
de infrastructuur niet voldoet aan de eisen, kunnen de wegbeheerders aansprakelijk
worden gesteld.
Aanbeveling
De SWOV-onderzoekers stellen dat het opvolgen van bestaande richtlijnen
voor bebording en zichtbaarheid van de oprit en het tijdig vervangen van
de belijning een van de belangrijkste maatregelen vormt tegen spookrijden.
Om onduidelijkheden in kaart te brengen en te verhelpen kunnen nadere
inspecties van alle aansluitingen worden verricht.
Uit een steekproef is gebleken dat op het wegennet 'Ga terug'- borden
in de middenberm tussen op- en afrit doorgaans voor bestuurders op de
oprit bedoeld lijken te zijn. Door dit valse alarm leren bestuurders
de borden te negeren en kan hun effectiviteit verminderen, of zelfs een tegensteld
effect teweeg brengen. Het is daarom aan te bevelen om de borden zodanig
te draaien, te plaatsen of af te schermen dat ze niet bedoeld lijken
voor verkeer op de oprit, zoals in de richtlijnen ook is vastgesteld.
Verder raadt de SWOV aan eenvoudige, aanvullende maatregelen te nemen
als het plaatsen van (pijl)markeringen op de afrit en het aanleggen van
een verlengde scheiding tussen de rijrichtingen op de onderliggende weg.
Hierdoor worden links afslaande bestuurders naar de oprit geleid en wordt
het oprijden van de afrit bemoeilijkt.
Leidschendam, 15 september 2000
Noot voor de redactie:
De volledige SWOV-rapporten 'Tegen de stroom in' (D-2000-6)
van drs. M. De Niet, dat ingaat op achtergronden en oorzaken, en 'Spookrijders
en frontale botsingen op autosnelwegen' van A.Blokpoel & drs. M. De Niet,
(R-2000-16),
op omvang en ontwikkeling van het aantal ongevallen, zijn verkrijgbaar
bij de afdeling Informatie & Communicatie, of te downloaden in pdf-formaat
door bovenstaande links te activeren.
|