SWOV homepage
English  

Nota Mobiliteit

Decentralisatie van verkeers- en vervoerbeleid

De algemene filosofie is: “Decentraal wat kan, centraal wat moet”. Hiermee worden de verantwoordelijkheden tussen centrale en decentrale overheden duidelijker afgebakend. Tevens wil de centrale overheid private partijen intensiever betrekken bij de ontwikkeling van gebieden en infrastructurele verbindingen. De visie Duurzaam Veilig is een belangrijk uitgangspunt.

 

Het rijk is vooral verantwoordelijk voor:

De lagere overheden stellen provinciale/regionale en gemeentelijke verkeers- en vervoersplannen op. Deze kunnen maatregelen bevatten voor:

Overige hoofdlijnen voor de inhoud van de Nota Mobiliteit zijn:

Financiering

De financiering van het regionale verkeersveiligheidsbeleid is per 1 januari 2005 opgegaan in de Brede Doeluitkering (BDU) voor verkeer en vervoer. Deze BDU wordt beschikbaar gesteld aan provincies en kaderwetgebieden. Er is geen geld meer speciaal geoormerkt voor verkeersveiligheid. Dit betekent dat de regio zelf de bestemming van het budget kan bepalen.

 

In het algemeen is de bijdrage maximaal 50% van de projectkosten. De provincies en kaderwetgebieden verdelen dit geld over alle betrokken partners in de regio.

Zij stellen in overleg met de betrokken gemeenten en waterschappen de voor hun gebied meest geschikte regionale maatregelpakketten op. Ook op decentraal niveau blijft de visie Duurzaam Veilig een belangrijk uitgangspunt.