De inzet van helikopter-traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening
in geheel Nederland kan ertoe leiden dat er jaarlijks 20 tot 40 mensen minder
overlijden ten gevolge van een ongeval. Als een patiënt eenmaal het
ziekenhuis haalt, dan zijn de vooruitzichten voor herstel van de kwaliteit
van leven onafhankelijk van de betrokkenheid van het helikopter-traumateam.
De bijdrage van het helikopter-traumateam komt met name tot uitdrukking
in een verlaging van de mortaliteit. De kosten die verbonden zijn aan de
inzet van helikopter-traumateams liggen in de range van kosten die voor
tal van andere gezondheidsvoorzieningen als aanvaardbaar is beoordeeld.
Deze conclusies volgen uit een onderzoek dat de SWOV
samen met het Centrum voor Gezondheidszorgbeleid en Recht CGBR van de Erasmus
Universiteit Rotterdam heeft uitgevoerd in opdracht van de Ziekenfondsraad
(ISBN: 90-801008-7-0).
Sinds 1 mei 1995 wordt in Nederland een proef gehouden waarbij een helikopter-traumateam
12 uur per dag hulp verleent aan ernstig gewonde slachtoffers van ongevallen.
De proef wordt uitgevoerd door de ANWB en het VU ziekenhuis te Amsterdam.
Er wordt gewerkt met een helikopter-traumateam dat bestaat uit een arts,
een verpleegkundige en een piloot.
Doel van onderzoek
Het onderzoek richtte zich op de vraag of de inzet van een helikopter-traumateam
gezondheidswinst voor het slachtoffer oplevert. Ook is nagegaan hoe deze
effectiviteit zich verhoudt tot de (extra) gemaakte kosten, wanneer de helikopter-hulpverlening
wordt vergeleken met de traditionele hulpverlening per ambulance. Tot slot
is bekeken welke conclusies uit het onderzoek zijn te trekken voor eventuele
toepassing van helikopterhulp in geheel Nederland.
Voor het onderzoek is informatie verzameld over polytraumapatiënten
die tussen 1 mei 1995 en 31 december 1996 het slachtoffer waren van een
ongeval. In de periode van 1 januari tot en met 31 maart 1997 werd aanvullende
informatie verzameld.
Polytraumapatiënten zijn ongevalsslachtoffers met verscheidene verwondingen,
die elk afzonderlijk of tezamen levensbedreigend zijn.
Bij de in ziekenhuis opgenomen patiënten bleek sprake van drie groepen:
- een groep van 339 slachtoffers met dusdanige verwondingen
dat helikopterhulp niet nodig was om overlijden te voorkomen;
- een groep van 97 slachtoffers met dusdanige verwondingen
dat helikopterhulp het overlijden niet kon voorkómen;
- een groep van 81 slachtoffers, waarbij helikopterhulp
zeer effectief blijkt te zijn.
- Deze uitkomst weerspreekt de opvatting dat helikopterhulp
met name effectief zou zijn bij de meest ernstig gewonde slachtoffers.
Effect
Om na te gaan hoeveel sterftegevallen voorkomen zijn doordat de helikopter
daadwerkelijk is ingezet, is gebruik gemaakt van twee modellen. Het minimaal
model waarmee de meest conservatieve schatting wordt uitgevoerd en het maximaal
model.
In het minimaal model is berekend dat er zonder de inzet van helikopter-traumateams
tijdens de proefperiode zes tot zeven patiënten méér overleden
zouden zijn. Dit betekent 11% meer doden zonder de inzet van het traumateam.
In het maximaal model leidt de inzet van de helikopter ertoe dat er elf
tot twaalf mensen minder overlijden Dat betekent 17% minder doden.
Er is een uitsplitsing gemaakt van de slachtoffers aan wie helikopterhulp
is verleend naar verkeersslachtoffers en slachtoffers van andersoortige
ongevallen. Dan blijkt dat het gevonden effect vrijwel uitsluitend kan worden
toegeschreven aan de hulp aan verkeersslachtoffers. Met name voor deze groep
is helikopterhulp zeer effectief.
Kwaliteit van leven
Door middel van interviews is bij 432 patiënten nagegaan hoe de kwaliteit
van leven is na het ongeval. Er is een vergelijking gemaakt tussen patiënten
die helikopterhulp hebben gehad en patiënten waarbij uitsluitend ambulancehulp
plaatsvond. De algemene conclusie is, dat tussen beide groepen geen significante
verschillen gevonden zijn. Als een patiënt eenmaal het ziekenhuis haalt,
dan zijn de vooruitzichten voor herstel van de kwaliteit van leven onafhankelijk
van de betrokkenheid van het helikopter-traumateam. De bijdrage van het
helikopter-traumateam komt met name tot uitdrukking in een verlaging
van de mortaliteit.
Kosten
De kosten van één traumahelikopter bedragen 4,7 miljoen gulden
op jaarbasis bij een inzet van 12 uur per dag. Deze kosten bestaan uit:
- 1,8 miljoen medisch team
- 1,4 miljoen materiële kosten helikopter
- 0,7 miljoen verzekeringen
- 0,6 miljoen personele kosten piloten
- 0,2 miljoen landingsgelden
- etc.
De landelijke kosten voor de 12-uurs-variant van
helikopter-traumateams zijn berekend door uit te gaan van vier en een
halve standplaats
en bedragen
ongeveer 22 miljoen. Als de inzet zou worden uitgebreid naar
14 of 24 uur dan bedragen deze kosten respectievelijk 23,7
en 34,9 miljoen
gulden.
De toegevoegde kosten van helikopter-traumateams vormen een
aanzienlijk deel van de totale kosten die momenteel voor
hulp aan slachtoffers
worden gemaakt. 10-05-2006 traumateams,
die met dezelfde paraatheid als de helikopter, per ambulance
hulp zouden verlenen aan slachtoffers, een veelvoud zouden
bedragen van de kosten
van
hulpverlening per helikopter.
De kosten die ten behoeve van polytraumapatiënten in het ziekenhuis
worden gemaakt bedragen gemiddeld 38.000 gulden per patiënt. Er is
geen samenhang tussen de kosten per patiënt en het feit of de patiënt
al dan niet geholpen is door een helikopter-traumateam. In die zin leveren
de teams geen besparing op. Wel worden extra kosten gemaakt voor die patiënten
wier leven gered is door de inzet van de teams.
Kosten per gewonnen levensjaar
De kosten per gewonnen levensjaar (door inzet van het helikopter-traumateam)
worden geschat op 33.000 tot 63.000 gulden, afhankelijk van
de onzekerheden over het werkelijk aantal polytraumapatiënten
in Nederland en de trefkans van de helikopter-traumateams.
De kosten per voor kwaliteit gecorrigeerd
levensjaar liggen naar raming tussen de 43.000 en de 83.000
gulden. Deze kosten liggen in de range van kosten die voor
tal van andere gezondheidsvoorzieningen
als aanvaardbaar is beoordeeld.
SWOV, Leidschendam / CGBR, Rotterdam 17 juni 1998
|