SWOV homepage
English  

Thema's kennisbank

Persbericht

17 juni 1998
Slachtofferhulp per helikopter resulteert in minder doden
De inzet van helikopter-traumateams voor spoedeisende medische hulpverlening in geheel Nederland kan ertoe leiden dat er jaarlijks 20 tot 40 mensen minder overlijden ten gevolge van een ongeval. Als een patiënt eenmaal het ziekenhuis haalt, dan zijn de vooruitzichten voor herstel van de kwaliteit van leven onafhankelijk van de betrokkenheid van het helikopter-traumateam. De bijdrage van het helikopter-traumateam komt met name tot uitdrukking in een verlaging van de mortaliteit. De kosten die verbonden zijn aan de inzet van helikopter-traumateams liggen in de range van kosten die voor tal van andere gezondheidsvoorzieningen als aanvaardbaar is beoordeeld.
Deze conclusies volgen uit een onderzoek dat de SWOV samen met het Centrum voor Gezondheidszorgbeleid en Recht CGBR van de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft uitgevoerd in opdracht van de Ziekenfondsraad (ISBN: 90-801008-7-0).
Sinds 1 mei 1995 wordt in Nederland een proef gehouden waarbij een helikopter-traumateam 12 uur per dag hulp verleent aan ernstig gewonde slachtoffers van ongevallen. De proef wordt uitgevoerd door de ANWB en het VU ziekenhuis te Amsterdam. Er wordt gewerkt met een helikopter-traumateam dat bestaat uit een arts, een verpleegkundige en een piloot.

Doel van onderzoek
Het onderzoek richtte zich op de vraag of de inzet van een helikopter-traumateam gezondheidswinst voor het slachtoffer oplevert. Ook is nagegaan hoe deze effectiviteit zich verhoudt tot de (extra) gemaakte kosten, wanneer de helikopter-hulpverlening wordt vergeleken met de traditionele hulpverlening per ambulance. Tot slot is bekeken welke conclusies uit het onderzoek zijn te trekken voor eventuele toepassing van helikopterhulp in geheel Nederland.

Voor het onderzoek is informatie verzameld over polytraumapatiënten die tussen 1 mei 1995 en 31 december 1996 het slachtoffer waren van een ongeval. In de periode van 1 januari tot en met 31 maart 1997 werd aanvullende informatie verzameld.
Polytraumapatiënten zijn ongevalsslachtoffers met verscheidene verwondingen, die elk afzonderlijk of tezamen levensbedreigend zijn.

Bij de in ziekenhuis opgenomen patiënten bleek sprake van drie groepen:
  • een groep van 339 slachtoffers met dusdanige verwondingen dat helikopterhulp niet nodig was om overlijden te voorkomen;
  • een groep van 97 slachtoffers met dusdanige verwondingen dat helikopterhulp het overlijden niet kon voorkómen;
  • een groep van 81 slachtoffers, waarbij helikopterhulp zeer effectief blijkt te zijn.
  • Deze uitkomst weerspreekt de opvatting dat helikopterhulp met name effectief zou zijn bij de meest ernstig gewonde slachtoffers.

    Effect
    Om na te gaan hoeveel sterftegevallen voorkomen zijn doordat de helikopter daadwerkelijk is ingezet, is gebruik gemaakt van twee modellen. Het minimaal model waarmee de meest conservatieve schatting wordt uitgevoerd en het maximaal model.
    In het minimaal model is berekend dat er zonder de inzet van helikopter-traumateams tijdens de proefperiode zes tot zeven patiënten méér overleden zouden zijn. Dit betekent 11% meer doden zonder de inzet van het traumateam. In het maximaal model leidt de inzet van de helikopter ertoe dat er elf tot twaalf mensen minder overlijden Dat betekent 17% minder doden.

    Er is een uitsplitsing gemaakt van de slachtoffers aan wie helikopterhulp is verleend naar verkeersslachtoffers en slachtoffers van andersoortige ongevallen. Dan blijkt dat het gevonden effect vrijwel uitsluitend kan worden toegeschreven aan de hulp aan verkeersslachtoffers. Met name voor deze groep is helikopterhulp zeer effectief.

    Kwaliteit van leven
    Door middel van interviews is bij 432 patiënten nagegaan hoe de kwaliteit van leven is na het ongeval. Er is een vergelijking gemaakt tussen patiënten die helikopterhulp hebben gehad en patiënten waarbij uitsluitend ambulancehulp plaatsvond. De algemene conclusie is, dat tussen beide groepen geen significante verschillen gevonden zijn. Als een patiënt eenmaal het ziekenhuis haalt, dan zijn de vooruitzichten voor herstel van de kwaliteit van leven onafhankelijk van de betrokkenheid van het helikopter-traumateam. De bijdrage van het helikopter-traumateam komt met name tot uitdrukking in een verlaging van de mortaliteit.

    Kosten
    De kosten van één traumahelikopter bedragen 4,7 miljoen gulden op jaarbasis bij een inzet van 12 uur per dag. Deze kosten bestaan uit:
  • 1,8 miljoen medisch team
  • 1,4 miljoen materiële kosten helikopter
  • 0,7 miljoen verzekeringen
  • 0,6 miljoen personele kosten piloten
  • 0,2 miljoen landingsgelden
  • etc.

De landelijke kosten voor de 12-uurs-variant van helikopter-traumateams zijn berekend door uit te gaan van vier en een halve standplaats en bedragen ongeveer 22 miljoen. Als de inzet zou worden uitgebreid naar 14 of 24 uur dan bedragen deze kosten respectievelijk 23,7 en 34,9 miljoen gulden.
De toegevoegde kosten van helikopter-traumateams vormen een aanzienlijk deel van de totale kosten die momenteel voor hulp aan slachtoffers worden gemaakt. 10-05-2006 traumateams, die met dezelfde paraatheid als de helikopter, per ambulance hulp zouden verlenen aan slachtoffers, een veelvoud zouden bedragen van de kosten van hulpverlening per helikopter.

De kosten die ten behoeve van polytraumapatiënten in het ziekenhuis worden gemaakt bedragen gemiddeld 38.000 gulden per patiënt. Er is geen samenhang tussen de kosten per patiënt en het feit of de patiënt al dan niet geholpen is door een helikopter-traumateam. In die zin leveren de teams geen besparing op. Wel worden extra kosten gemaakt voor die patiënten wier leven gered is door de inzet van de teams.

Kosten per gewonnen levensjaar
De kosten per gewonnen levensjaar (door inzet van het helikopter-traumateam) worden geschat op 33.000 tot 63.000 gulden, afhankelijk van de onzekerheden over het werkelijk aantal polytraumapatiënten in Nederland en de trefkans van de helikopter-traumateams. De kosten per voor kwaliteit gecorrigeerd levensjaar liggen naar raming tussen de 43.000 en de 83.000 gulden. Deze kosten liggen in de range van kosten die voor tal van andere gezondheidsvoorzieningen als aanvaardbaar is beoordeeld.

SWOV, Leidschendam / CGBR, Rotterdam 17 juni 1998

 

Inlichtingen:
SWOV, afdeling Informatie & Communicatie
Han Tonnon, (070) 317 33 15, 06-11 53 29 15
Patrick Rugebregt, (070) 317 33 18, 06-12365471
E-mail: persvoorlichting@swov.nl