SWOV-Standpunt |
11 mei 2011 |
SWOV voorstander verbetering keuringsproces |
|
|
De SWOV is eerder voorstander van afschaffing van de leeftijdsgebonden keuring dan voor verhoging van de keuringsleeftijd. Dit staat in het SWOV-rapport Effect van verhoging van de keuringsleeftijd op de verkeersveiligheid (R-2011-6). De voorwaarde is daarbij wel dat de behandelend arts (huisarts of specialist) een rol krijgt bij vermoedens van rijongeschiktheid, ongeacht de leeftijd van hun patiënt.
Behandelend artsen zouden vermoedens van rijongeschiktheid van hun patiënt moeten rapporteren of de patiënt moeten doorverwijzen, ook als de patiënt jonger is dan 70 jaar. In Zweden is dit al het geval. Vervolgkeuringen door de specialist en de rijtest dienen in Nederland te blijven bestaan, evenals de revalidatiegerichte aanpak: waar mogelijk ouderen zo ondersteunen dat ze veilig kunnen blijven rijden. Daarnaast dient de verdere professionalisering van het gehele keuringsproces voortgezet te worden op basis van wetenschappelijk onderzoek naar valide, betrouwbare en praktische testmethoden. Door een leeftijdsgrens voor keuring los te laten en de behandelend arts een rol te geven, wordt het beter mogelijk om bestuurders met functiebeperkingen ongeacht de leeftijdsgrens te traceren.
Met de huidige keuring worden betrekkelijk weinig mensen afgekeurd. Daardoor zal een verhoging van de leeftijdslimiet van 70 naar 75 jaar geen grote gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid. Het op latere leeftijd voorschrijven van hulpmiddelen zal iets meer nadelige gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid, omdat veel bestuurders op basis van de keuring een hulpmiddel krijgen voorgeschreven (veelal een bril). De verhoging van de keuringsleeftijd leidt jaarlijks tot een enkele extra verkeersdode en enkele ernstig verkeersgewonden extra. Een niet-leeftijdsgebonden keuringsprocedure waarin de behandelend arts een rol speelt zal vermoedelijk een gunstiger effect hebben op de verkeersveiligheid. |
|
Inlichtingen: |
|